is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

205

van alle armoede, en het is mogelijk dat dit juist kan wezen van Bengalen en andere districten, die onder voorspoedlger voorwaarden leven dan die, van welke ik thans spreek. Ten aanzien van Deccan is 't blijkbaar onwaar. Bij lange na is daar de geheele area van bebouwbaar land niet ingenomen, en de bevolking is er eerder schaarsch dan talrijk. De oorzaken van gebrek en hongersnood liggen veeleer in de verarming der bestaande bevolking dan in bare vermeerdering, — in hare gedwongen werkeloosheid gedurende een deel van bet jaari _ en in het verdwijnen der geheele klasse van groote landeigenaars, die voorheen voorraadschuren aanlegden om hunne boeren in het leven te houden gedurende de schaarschte. 'tls mijne meening, in overeenstemming met die der kundigste inlandsche economisten, dat een permanente aanslag der landrente, zooals die in Bengalen, meer zou bijdragen tot het temperen der periodieke hongersnooden door het vormen eener weelderige klasse van landeigenaren in Deccan, dan eenige andere vorm van wetgeving of het overdekken van het land met een net van spoorwegen zou kunnen doen.

Andere moderne grieven der landbouwers zijn, ten eerste, de nieuwe boschwetten. Deze werden, eenige jaren geleden, ingevoerd ten gevolge van de klimmende hongersnooden, die, zooals men beweerde, veroorzaakt werden door de onregelmatigheid der regenmoessons, die op hunne beurt veroorzaakt werden door de ontwoudingen. Aangenomen als juist al wat gezegd kan worden omtrent de noodzakelijkheid van krachtige maatregelen ter voorkoming van vernielingen in deze en tot uitbreiding van de begroeide area, schijnt de modus operandi noodeloos geweldadig en zeer schadelijk voor het volk te zijn geweest. Men zou ondersteld hebben dat de kosten voor een zoo wijdsch doelwit als het regelen van den regen door de Rijksfondsen zouden zijn gedragen. Doch dit geschiedde slechts ten deele. De grootste last werd op de individueele planters gelegd. Waar ik kwam in de Madras- en Bombay-Presidentschappen, hoorde ik gewagen van geineene