is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

212

bloei gehandhaafd worden, met hare hooge tractementen en toelagen, volgens inlandsche begrippen, met hare buitensporige weelde. En, ten tweede, moeten alle mogelijke voordeelen den Engelschen handel gegeven worden, 'tls ounoodig de vraag van de kostbaarheid der burgerlijke en militaire instellingen hier breed uit te spinnen. Zij is van algemeene bekendheid in de wereld en overtreft die van alle andere landen, waarmede Indie zoowel in bet heden als in het verleden kan vergeleken worden. En, hoezeer die instellingen, evenzoo de meest doeltreffende mogen heeten, belet zulks niet dat zij een groot finantieele „ failure" zijn.

't Is een altoosdurende verwondering van reizigers te zien op welken voet de Engelschen, hoe laag geplaatst ook, in Indie leven. De enorme paleizen van gouverneurs en luitenant-gouverneurs, hunne buitenverblijven, hunne optrekken in de bergen, hunne gastmalen en receptie's, hun sleep van bedienden, hunne rijtuigen en paarden, hunne speciale treinen op hunne reizen, hunne tenten, hun leger van kampvolgers — deze allen zijn slechts voorbeelden van de universeele weelderigheid. Een even edele gastvrijheid heerscht in elke „ bungalow" in de vlakten; eindelooze diners van geïmporteerde keurige spijzen en drinkgelagen van geïmporteerde wijnen, brengen nacht na nacht de bewoners van de meest eenzame stations in verzoeking om het treurig feit te vergeten dat zij in Azië en ver van hun vaderland zijn. Geen echtgenoot van een Collector zal een artikel dragen van Indisch maaksel, al hare benoodigdheden, zelfs tot hare karpetten, moeten van Engelsch fabrikaat wezen.

Ik herinner mij in den aanvang mijner reizen het goed geluk te hebben gehad de gast te zijn geweest van een landelijk stationschef van den Indian Peninsular Railway, en mij verbaasd te hebben hem te zien leven op een beteren voet en in een huis veel ruimer dan dat van de meeste Engelsche rectors, terwijl, na de luncheon, zijn vrouw ons liet toeren iu een lieven phaeton getrokken door twee ponies. Er was