is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

214

gelsche administrateurs alvorens aan zijn eigen behoeften kan worden voldaan, evenzoo moet hij den Engelschen handel handhaven ten koste van zijn eigen handel. Ik herhaal inlandsche argumenten wanneer ik klaag dat de noodzakelijkheid om op het belang van Manchester kapitalisten te letten ernstig m den weg staat van een eerlijk ontwerper van het Indische budget, en dat, terwijl de Minister van finantien van elke Engelsche kolonie de vrijheid heeft om geld te heffen door invoerrechten en in 't algemeen van die vrijheid gebruik maakt, de Indische Minister van dit middel van inkomst verstoken is. Ik heb de kwestie van f ree trad e meermalen besproken met de inlandsche economisten, en zij schenen mijde kwestie volkomen te verstaan. Zij weten'dat, toegepast op Engeland, een land van nijverheid dat zijn voedsel invoert, free trade beschouwd wordt als een onvermijdelijk element van zijn finantieel leven; doch zij ontkennen dat de leer evenzeer van toepassing is op Indie. Indie, zeggen zij, is een uitvoer-productenland evenals de Vereenigde Staten en de Australische koloniën. Het voert geen enkel artikel van eerste behoefte in, ijzer en steenkolen misschien uitgezonderd, en de katoenen en andere gefabriceerde goederen zijn wee'ldegoederen, die slechts door de rijken, en speciaal door de Europeanen verbruikt worden, 't Is zeker dat geen ryot in geheel Indie eenige katoenen kleeding van Europeesch maaksel draagt en dat free trade zijne levenswijze geen zier goedkooper maakt. Invoerrechten zouden dus de rijken alleen treffen, en de rijken in Indie betalen schier geen belasting. Toch, omdat free trade in het voordcel van Engeland is, moet Indie zijn eigen belang prijs geven. Dit mag, zeggen de" inlanders, een staatkundige noodzakelijkheid zijn, doch het is niet Indie finantiee] om zijn eigen bestwil regeeren. Ik erken met te bespeuren dat hun redenering in dit opzicht mank gaat.

Zij beweren buitendien, dat f r e e t r a d e in manufacturen de inlandsche industrie vernietigd heeft en daarvoor niets in de plaats gesteld. Toen de handweefgetouwen een honderd