is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

356

ringen van het verleden, en de raad die bestemd was het te beperken, heeft bewezen een conservatiever en meegaander lichaam te zijn dan de oude raad van directeuren, zijn prototype en model. De reden hiervan ligt voor de hand. De raad, samengesteld schier uitsluitend uit gepensioneerde civiele en militaire dienaren, beschouwen Indische zaken alleen uit het oogpunt van den Anglo-Indischen dienst. Hij is zelfs minder vatbaar dan deze voor den invloed van nieuwe denkbeelden, en is meer absoluut buiten voeling met de moderne inlandsche gedachte. Zijne ondervinding is altijd een geslacht ten achteren, niet van den huidigen dag, en zij is nog pertinenter zelfs dan het jongere nog in dienst zijnde geslacht, tegen het denkbeeld van verandering.

Dus is de Staatssecretaris, die van dezen blinden gids afhangt, in het moederland in geen andere positie dan de onderkoning in Indie. In den regel onbekend met Indische zaken en afhankelijk voor advies van het Indisch Office en van zijn Anglo-Indischen raad, komt hij nooit achter de ware toedracht der zaken, en blundert hij blindweg zooals zij hem sturen. Het is schier onmogelijk voor hem, hoe krachtig zijn wil moge wezen, om stand te houden als hervormer.

De hervormingen in het moederland en in Indie, die de inlandsche meening het krachtigste en het meest onmiddellijk vraagt, zijn, wat betreft Indie, dat de actieve burgerlijke dienst gewijzigd worde, door de afschaffing van alle contracten voor levenslangen dienst, en door de liberale infusie van inlandsch bloed in den niet gecontracteerden dienst. Er wordt voorgesteld om bij openvallende vacatures een zeker aantal betrekkingen — een derde of een vierde — uitsluitend te bestemmen voor mannen van Indische geboorte, en dat aldus geleidelijk den geheelen burgerlijken dienst, met uitzondering van de hoogste posten, inlandsch zal worden. Met betrekking tot de regeering in Engeland, dat de Staatssecretaris voor Indie het advies zal inwinnen zoowel van inlanders als van gepensioneerde Anglo-Indische ambtenaren in zijn raad te Londen.