is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

364

ring voor Indie. Dat dit schema mogelijk — ik zeg niet gemakkelijk — te verwezenlijken is, zullen zij niet betwijfelen, die het wonderlijk succes hebben gadegeslagen dat in een gelijksoortig geval korter bij onze dreven heeft plaats gevonden. Oostenrijk, bij menschen geheugen, was een bureaucratisch despotisme van de hardste en minst aangename soort. Bij verovering of erfenis had het onder zijn bestuur verkregen een tiental natiën, zonder eenige banden van geboorte of taal, en alleen vereenigd in een gemeenschappelijken haat tegen haar onderdrukkers. De Oostenrijksche ambtenaar van 1847 was spreekwoordelijk een type van aanmatiging en zelfgenoegzamen hoogmoed, en terwijl hij hoog opgaf van de voortreffelijkheid van zijn methode van bestuur, baande hij den weg voor een algemeenen opstand tegen het rijk. Weinigen dergenen, die de geschiedenis dezer dagen volgden, geloofden dat Oostenrijk niet gedoemd was tot ondergang, en niemand dat het bestemd was nog eenmaal de genegenheid zijner volken te verwerven. Toch hebben wij geleefd om dit laatste te zien. Wij hebben geleefd om de Hongaren verzoend te zien, en zelfs de Polen, die in hun wanhoop gedurende vijftig jaren Europa vervuld hebben met hunne alarmkreten, danken thans Oostenrijk voor zijn aandeel in de verdeeling van hun vaderland.

Indien dit mogelijk is geweest door de gift der zelfregeering, is alles mogelijk - en, bij dezelfde middelen van eerlijk gouvernement, kan Indie, iedere provincie voor zich zelve, even tevreden en dankbaar worden als de Oostenrijksche zijn. Een beginsel houdt deze provinciën te samen zonder geweld: hare trouw aan de draagster der keizerlijke kroon; en gelukkig hebben wij dit beginsel reeds naar onze hand gezet. Het is niet kwestieus dat de Indische bevolkingen een gevoel hebben van sterke persoonlijke genegenheid voor Hare Majesteit de Koningin, en terwijl zij ieder jaar meer en meer vervreemd raken van hunne Anglo-Indische meesters, zien zij ieder jaar met meer en meer hoop op tot Engeland en tot