is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

378

over het onrechtmatige en onstaatkundige van dien maatregel reeds vernomen. Niet minder sterk lieten thans Eeael en anderen zich daarover in hunne brieven aan Bewindhebbers uit. „ Dat weren van vreemde jonken," schreef Eeael (uit Nera, 7 Mei 1618) „ maakt ons overal zoo odieus dat het niet te gelooven is, want wel honderd jonken worden hier (in de Banda-eilanden) jaarlijks uit het vaarwater gehouden." Zij kwamen de inwoners mondkost en kleeden brengen, en nu moesten zij gebrek lijden, want rijst werd niet door de Hollanders aangebracht, en de kleeden waren niet die zij hebben wilden en bovendien te hoog in prijs. „ Wij hebben geen recht of reden," was het oordeel van Herman van Speult, den luitenant-gouverneur van Ambon (4 Juli 1618) „om die van Loehoe, Kambelo of Hitoe den handel der vreemdelingen te verbieden." „ Zij kunnen," schreef Cornelis Dedel, raad van Indie (10 Mei 1617) „alle behoeften en noodwendigheden van beter sorteering en tot geringer prijs van de Javanen en anderen bekomen." Ook had de sultan van ïernate volkomen recht aan zijn stadhouder te Loehoe, Kimelaha Sabadin, te gelasten: „Bijaldien de Hollandersjde vreemde kooplieden eenigen overlast aandoen, laat dat niet toe, want volgens mijn contract met hen hebben zij daartoe geen recht. Alleen de nagelen moeten uitsluitend aan de Hollanders verkocht worden." En in de Molukken zeiven was het niet anders. Toen Eeael op Ternate was teruggekeerd vond hij het noodig Bewindhebbers nogmaals omstandig op dit punt in te lichten. „Wij zeiven," schreef hij (20 Augustus 1618) „voorzien de Molukken slecht van koopwaren en beletten anderen die te brengen. De inwoners kunnen geen nagelen plukken, want de duurte der levensmiddelen noodzaakt hen het land zelf te bebouwen. De sagoe, die hun vroeger voor een vijfde van den tegenwoordigen prijs door de Javanen gebracht werd, moeten zij nu zeiven van verre halen. De kleeden (die nog dikwijls bedorven zijn) moeten zij ons te duur betalen, om de moeite van het nagelen plukken (een