is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

388

de Kaap de Goede Hoop onveilig te maken en de Portugeezen in Indie te beletten hunne retourschepen naar Europa te zenden. „ Hoe hoog noodig dit is," schreven Bewindhebbers aan Coen, „kunt gij daaruit zien dat de Portugeezen hun peper zelfs herwaarts gezonden en beneden den prijs der Compagnie verkocht hebben!"

„Een korten tijd hielden beide natiën die kruistochten gezamenlijk vol, maar na drie jaren waren de Engelschen niet meer in staat ze geregeld voort te zetten, terwijl de Hollanders nog bovendien in de straat van Malaka lieten kruisen en eene vloot van zestien schepen naar de kust van China zonden (1622), om daar de Portugeezen afbreuk te doen. Tegen 83 schepen en jachten, waarover in dat jaar de Hollanders in Indie konden beschikken, stonden slechts 28 Engelsche over. Ook op tucht en beleid viel bij de Engelschen niet te roemen.

„Den 1 Februari 1623 schreef Coen reeds aan Bewindhebbers dat de Engelschen den handel op de Molukken, Ambon en Banda hadden moeten staken en hem hadden verzocht, hun volk en goederen op de Hollandsche schepen te mogen overbrengen. De voordeelen waren gebleken voor de Engelsche Compagnie niet tegen de lasten op te wegen."