is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

468

de stoomschepen die Semarang niet aandoen, 720 kilom. of slechts drie vierde gedeelte van den weg dien de handelsartikelen langs den spoorweg zouden moeten volgen; doen die stoomschepen Semarang aan dan wordt hun weg + 40 kilometers verlengd; het traject Batavia-Semarang wordt dan 420 kilometers en de afstand Semarang-Soerabaja 340 kilometers.

„Het ligt dus voor de hand dat de handelsbeweging tusschen de drie hoofdstrandplaatsen nimmer de spoorbaan zal volgen; de Nederlandsch-Indische Stoomvaartmaatschappij kan, ook al wordt morgen aan den dag de aanleg van de lijn Tjitjalengka- Tjilatjap bevolen, zeer gerust zijn; zij zou daarom hare exorbitant hooge vrachtprijzen niet behoeven te verminderen. Hoewel zij, toen de spoorverbinding Soerabaja—Semarang tot stand kwam, de vrachtprijzen voor reizigers op dit traject moest reduceeren, voornamelijk omdat men per spoor in 11 en per boot in 24 uur overkomt, — en de bezwaren der Sernarangsche reede zijn nog in haar voordeel, omdat de reizigers van Soerabaja naar Batavia, in den westmoesson de zekerheid niet hebben, dat zij te Semarang altijd aan boord kunnen komen — zoo zal de doorgaande spoorverbinding om de Zuid van Semarang naar Batavia, haar voor goederen en voor reizigers wier time money is en maakt, nooit kunnen deeren.

„Die spoorverbinding wordt 780 kilometer lang, waaronder weer de 320 berglijn van straks; het is duidelijk dat een stoomboot-traject van 420 kilometers, dat door aandoen van de kustplaatsen mogelijk tot 480 kilometers kan stijgen noch in tijd noch in vrachtprijs eenige spoorconcurrentie langs dien omweg over Djocja en Tjilatjap te duchten heeft."

Voortreffelijk, evenals de conclusie, dat er volstrekt geen urgentie bestaat voor het aanleggen der lijn Tjitjalengka-Tjilatjap, te minder daar die lijn van ruim 200 kilometers eene woeste, onbevolkte streek doorkruist, en, wij voegen er bij, een ongeoorloofde weelde zou zijn, zoolang de Staat de bevol-