is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

470

vervoer van personen en goederen duur is en toch het kapitaal der onderneming slechts een onbeduidende rente afwerpt.

De Staat heeft in Indie evenmin als in Europa de roeping hetgeen met veel moeite en inspanning op het gebied der spoorwegen door den particulieren ondernemingsgeest is tot stand gebracht, met zijn eigen spoorwegen te verijdelen. Hij zal steeds het verstandigste handelen door het voor de Nederlandsch-Indische Spoorwegmaatschappij aangewezen en ingenomen exploitatiegebied te eerbiedigen. Door andersom te handelen zou hij zich aan een domme perfidie schuldig maken, aan een perfidie, omdat het niet aangaat het kapitaal dat in goed vertrouwen op de loyauteit der Regeering aan gemelde maatschappij is toevertrouwd opzettelijk improductief te maken; eene domme perfidie omdat de maatschappij onder garantie van den Staat werkt, en de Staat de winstderving uit de schatkist zou moeten bijpassen, gesteld Staat en maatschappij verstaan zich niet om het publiek het gelag te laten betalen.

Wij hebben, zoowel elders als in dit tijdschrift, herhaaldelijk de stelling verdedigd dat een der grootste voordeelen, die in andere landen gebleken waren inherent te zijn aan een deugdelijk stelsel van particuliere spoorwegen, onder garantie van Staatswege: namelijk de zekere plaatsing van een groot deel van het nationaal vermogen in rentegevende aandeelen en obligatiën, prijs is gegeven door het aanleggen van Staatsspoorwegen in Nederland en Indie. De heer Sluiter maakt zich al te gemakkelijk af van dit argument tegen Staatsspoorwegen door de losse bewering, „dat de Staatszorg zich niet moet uitstrekken tot de wijze van kapitaal-belegging der ingezetenen." Voorzeker, de Staat heeft de ingezetenen niet te leeren hoe zij hun geld hebben te behouden, evenmin als hoe zij het moeten verdienen. Maar kortzichtig is het van elke regeering onverschillig te blijven voor de verkwisting van het nationaal vermogen, en, nog kortzichtiger, indien middelen voor de hand liggen om goede nationale kapitaal-belegging