is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

472

om eene lijn van Padang naar de Bovenlanden te wettigen, waarbij dan tevens het oog kan gevestigd worden op de toekomstige ontginning der Ombiliën-steenkolenmijnen. De heer Sluiter voert ten gunste van onmiddellijk en bouw nog aan het feit dat van lieverlede de geoefende spoorwegbouwers op Java afgedankt worden, waaronder zelfs technici, die in 1874 en 1875 deel hebben uitgemaakt van de opnemingbrigade van den heer Cluysenaer. Werd dus spoedig tot den aanleg van spoorwegen van Staatswege op Sumatra besloten, dan zou daar van dat personeel nog uitnemend partij zijn te trekken, terwijl, indien nog langer wordt getalmd de geoefende, geacclimateerde ingenieurs verloopen, en later weder met ongeoefenden van meet af, tegen hoogere kosten, moet begonnen worden.

Het is ongetwijfeld de roeping van den Staat om, nu hij eenmaal het spoorwegwezen tot zich genomen heeft, aan alle rechtmatige eischen te dien aanzien te voldoen. Wij, voor ons, verlangen evenmin als de heer Sluiter, dat de Staat thans weder den last der spoorwegen op particuliere maatschappijen overbrenge. De groote zaak der spoorwegen in Nederland en in Indie is principieel, economisch, financieel nu eenmaal verknoeid door den invloed der voorstanders van de Staatsalmacht, en wij zien niet in, hoe in de bestaande omstandigheden, eene redelijke overdracht zou kunnen plaats vinden. Daarom, de Staat toone voortaan wat hij op het gebied der spoorwegen in Indie kan doen. Wij hebben gezien, uit de eigen brochure van den heer Sluiter, hoezeer hij reeds faalt bij de exploitatie der Staatsspoorwegen op Java. En het zal ons zeer verheugen indien wij spoedig mogen vernemen dat besloten is tot den aanleg van Staatsspoorwegen op Sumatra's Westkust, en de Staat dus niet faalt bij den spoorwegbouw, die tot zijne taak behoort.

G. H. van Soest.