is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

zucht tot navolging van hen, die zijne meerderen zijn en is ook in dit opzicht een mensch van gelijke beweging als zijne blanke broeders en zusters.

„ Na den maaltijd werden wij op een eigenaardig inlandsch schouwspel onthaald, op verschillende soorten van wapen- en. andere dansen namelijk, meestal door slechts twee personen te gelijk uitgevoerd. Nu eens stonden de dansers, met een doek strak uitgerekt in de opgeheven handen, het lichaam in allerlei bochten te wringen, dan stelden zij voor hoe twee vijanden elkander bekropen onder de zonderlingste verdraaiingen van hunne ledematen en allerlei bewegingen der handen, dan wederom werden er een paar sabels in het midden van den kring gelegd, die, na het maken van een eindeloos aantal wringende bewegingen, eindelijk aangevat werden, waarna dan de vertooners zich weder van elkander verwijderden, draaiend en buigend, kruipend en zich wringend, om eindelijk weder bij elkaar te komen, de sabels een oogenblik te kruisen en eindelijk weg te werpen. Deze dansen en spelen, hoewel in ons oog de eentoonigheid zelve, werden door de toeschouwers uren achtereen met ademlooze belangstelling aangestaard, en elk nieuw paar vertooners (telkens traden weder anderen als vertegenwoordigers van verschillende kampongs op om hunne vaardigheid in het geliefkoosde spel te toonen) werd met dezelfde ingenomenheid begroet. Het eenige, dat ons belang inboezemde in deze vertooningen, was de ernst, waarmede bepaaldelijk ook de wapenspelen werden uitgevoerd. Geen schijn of schaduw van een lach was er te zien op het gelaat der dansers; veeleer kwam het ons voor, dat hunne aangezichten, als het spel goed aan den gang was, iets onheilspellends en dreigends kregen en dat zij zich geheel met hunne rol begonnen te vereenzelvigen, zoodat zij ons een denkbeeld gaven van de sluipende en kruipende wijze, waarop de inlander zich in den strijd pleegt te gedragen.

„ Opmerkelijk is het, dat in hetzelfde Bondjol, waar voor een veertig jaren zoo hardnekkig gestreden is tegen ons gezag,