is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

leiding gaf tot hooggaande oneenigheden. Dit is zeker, dat de particuliere cultuur van Europeanen in de Padangsche Bovenlanden in den tijd van mijn verblijf aldaar niet op rozenwandelde, en tegenwoordig is het er zeker niet beter mede gesteld. Of de moeielijkheden, waarmede zij te worstelen heeft, zouden verdwijnen, gelijk sommigen geneigd zijn te denken, wanneer de koffieteelt voor het Gouvernement opgeheven

werd? Of eene groote uitbreiding van de particuliere,

Europeesche cultures, met het oog op het maatschappelijk en zedelijk belang der Bovenlandsche bevolking, wel wensche-

lijk zou zijn? Of die bevolking zelve niet zou kunnen

opgeleid worden tot een inderdaad vrijen koffiebouw, op kleine schaal, voor eigen rekening?....

„Over deze en andere onderwerpen wisselde ik met mijn gastheer menig woordje, terwijl wij 's avonds, na de genotvolle wandeling in het gebergte, gezellig bijeenzaten en ons „iets warms" heerlijk lieten smaken. Nu en dan, zoo vertelde hij mij, kon het 's avonds zoo koud zijn, dat hij in de haarden, welke hij in zijne kamers had laten metselen, een vuurtje stookte. Wanneer men, gelijk met mij later het geval was, in de hitte van een Indisch strandklimaat moet leven, en zelfs 's avonds en 's nachts de thermometer niet noemenswaard beneden de 80° (Pahrenheit) ziet dalen, dan denkt men aan zoo iets met heimwee, evenals aan de nachtkoude, die ik hier voelde en welke mij noodzaakte een paar wollen dekens over mij heen te trekken. Bij zulk eene temperatuur kunnen de wangen blijven blozen en het gevoel van opgewektheid, eetlust en werkkracht onverminderd bij den Europeaan blijven bestaan."

Te Soepayang laat de heer Buys ons een blik slaan in de ellende van het goudgraven, dat door zekere inlanders op Sumatra tot bedrijf is gekozen. „Soepayang is idyllisch schoon gelegen, op eene hoogte tusschen het dichte groen, aan alle zijden door ravijnen omgeven. De huizen zagen er, van naderbij gezien, zeer vervallen uit, totdat van den controleur toe, die op zulk eene afgelegen plek eene gezelliger en aangenamer