is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•37

staat. Wel duchtte men eene slechte uitkomst van deze vermetele handeling en voorspelde, dat het uitgestrooide zaad niet zou gedijen, maar de ongeluksprofeten bleken valsche profeten te zijn. De ondernomen bouw slaagde uitmuntend en sinds dien tijd zijn ook de Mohammedaansche en de heidensche Battaks er toe overgegaan om geschikte gronden, die men vroeger steeds ongerept had gelaten uit vrees voor de begoe's, voor den rijstbouw te gebruiken. Zoo is de mensch onder allerlei hemelstreken. Waar een voordeeltje te halen is, maakt hij veeltijds korte wetten met zijn geloof. Ik zelf zag tijdens mijn verblijf te Pakanten een aantal leden der kleine Christen-gemeente ijverig bezig met het aanleggen van een koffietuin op een heuvel, die mede voor een deel als begoe-woonplaats werd aangemerkt. Deze praktische wederlegging van het oude volksgeloof zal er misschien mede het hare toe bijdragen om de gehechtheid daaraan een gevoeligen knak te geven. Toch blijven de begoe's vooralsnog eene belangrijke rol spelen in de verbeelding der Battaks, en de heer Dirks zeide mij, dat onderscheide leden zijner gemeente zich nog maar niet konden ontworstelen aan de eeuwenheugende vrees voor deze geheimzinnige wezens, hetgeen ook volstrekt niet bevreemdend is. Wellicht vinden deze geesten in later dagen ■— evenals dit het geval geweest is met vele godheden der Germanen, — op allerlei wijzen vervormd en verkleed, eene plaats in den kring van de voorstellingen der Christenen, indien het den zendelingen gelukt het Christendom in deze streek eene blijvende en steeds uitgebreider plaats in het volksleven te verzekeren.

„Tot heden toe, gelijk de lezer reeds vernomen heeft, is de Christen-gemeente van Pakanten nog klein. Ik had het genoegen haar tijdens mijn bezoek vergaderd te zien in het nette kerkje, waar ik eerst een aantal kinderen onderwijs had zien ontvangen. Een tweemaal herhaald klokgelui, het eerste, dat ik in deze gewesten hoorde en dat eene reeks van herinneringen en aandoeningen bij mij opwekte, riep de kudde