is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

De magistraat verliet dit tooneel bleek en ontdaan, dat slechts gerechtvaardigd kon worden door de wet van zelfverdediging en door het Staatsbelang.

Tegen het einde van Juni ging het heete seizoen voorbij. De regens begonnen te vallen; militaire operatien vóór Delhi werden mogelijk bij dag. Sir Henry Barnard overleed den 5den Juli en werd opgevolgd door generaal Archduke Wilson. Den 15den Juli werd een aanval op de Britsche buitenposten afgeslagen door generaal Chamberlain. In het midden van Augustus arriveerde John Nicolson met zijne vliegende kolonne uit de Punjab. Den 4den September kwam een zwaren belegeringstrein van de Punjab aan en vijftig zware kanonnen werden in positie gesteld.

Van den 8sten tot den 12uen September braakten vier batterijen onophoudelijk kogels en schroot op de veroordeelde stad. Den 13den waren de bressen bruikbaar. Om drie uren des ochtends van den volgenden dag werden de aanval-kolonnes geformeerd in de verschansingen, terwijl eene vierde in reserve werd gehouden. De Cashmire-poort werd door een kruitmijn geopend; eene kolonne stormde daardoor, terwijl de anderen de bressen beklommen. Zij werden bestookt door een aanhoudend vuur uit de huizen, moskeeën en andere gebouwen, en John Nicholson ontving eene doodelijke wond. Hierop volgde zes dagen lange wanhopende straatgevechten. Den 20sten September wapperde de Britsche vlag zegevierend boven de hoofdstad van Hindostan en het paleis van den Grooten Mogol.

Onmiddellijk na den val van Delhi, werd eene kolonne langs den grooten weg gezonden om de citadel van Agra te ontzetten en de gemeenschap te openen tusschen Delhi en Allahabad. Binnen eenige korte maanden was vrede en orde hersteld in de Noord-Westelijke provinciën, en het bandietisme en de wanorde, die een korten tijd herinnerden aan de oude Mahrattadagen, verdwenen, het is te hopen voor altijd, van Hindostan.

J. Talboys Wheeler.