is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

162

versterken, zond Lord Canning evenzeer versterkingen van Bengalen naar Allahabad om de belegerde garnizoenen te Cawnpore en Lucknow te ontzetten, en om de klimmende ongenegenheid in Oudh tegen te gaan. Onmiddellijk na den opstand te Delhi, had Lord Canning telegrammen en stoomers gezonden naar Madras en Bombay, naar Ceylou, Burma en Singapore, om alle beschikbare Europeesche troepen naar Calcutta te dirigeeren. Alle locale gouvernementen voldeden aan zijn verzoek, en Lord Elgin, die te Singapore was en oorlog voerde tegen China, zond twee Britsche regimenten, die langs de Kaap waren aangekomen, om Lord Canning te helpen, 't Was eene edele opoffering. Lord Elgin was met hart en ziel betrokken in den Chineeschen oorlog, maar hij begreep als Engelschman dat de demping van een sepoyopstand in Indie van oneindig dringender belang was voor het Britsche Kijk dan vijandelijkheden tegen China.

In de tweede helft van Mei, landden Europeesche soldaten te Calcutta, en werden in detachementen naar Allahabad gezonden. Lord Canning was er toen zeer op gesteld Sir Henry Lawrence te Lucknow te helpen. De spoorweg was voltooid over eene lengte van honderd mijlen van Calcutta. De soldaten werden dus van Calcutta per spoor verzonden, vervolgens in booten op de rivier de Ganges tot Allahabad, aan de samenvloeiing van de Ganges en Jumna-rivieren, ongeveer halfweg tusschen Calcutta en Delhi. Van Allahabad voeren zij een honderd en twintig mijlen de Ganges op tot de stad Cawnpore, waar de rivier eene grenslijn vormde tusschen de Noord-Westelijke provinciën en Oudh. Later zal men zien, dat slechts weinige Europeanen Cawnpore bereikten, en dat geen enkele soldaat van Calcutta verzonden ooit te Cawnpore aankwam.

De Britsche versterkingen waren gekommandeerd door kolonel Neill, een Madras-officier die in den Kriin-oorlog had gediend en zich onderscheidde door eene groote mate van vastberadenheid. Bij eene zekere gelegenheid, wilde de sta-