is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

311

studie, waartoe voor een groot gedeelte nog vertrouwbare bronnen ontbreken, kan hierin alleen licht verspreiden. Van de reizigers in deze gewesten ontvangt men de meest tegenstrijdige berichten. Dat Stanley met zijn krachtig gestel en energieken geest de toekomst van Afrika door het kleurglas van zijn subjectiviteit helderder inziet dan anderen, die deze physische en psysische voordeelen niet genieten, ligt in den aard der zaak. Doch bovendien kan een zekere voorliefde allicht den reiziger bezielen en eenzijdig maken."

Anderen, Dr. Wolff, Dr. Pechuel Lösche en Hugo Zöller, laten zich bepaald ongunstig uit over het klimaat en de hulpbronnen van het land. „ Wat de kennis van het klimaat betreft, hiervoor hebben de cijfers van Dr. A. Danckelman, in zijn „ Mémoire sur les observations météorologiques, faites a Vivi, Congo inférieure, Berlin 1884," zeker hooge waarde. Te Vivi, waar het station 113 meters hoog ligt, bedraagt de gemiddelde jaarlijksche temperatuur 24,5 % (in Nederland 10 °/o) en de gemiddelde maandtemperatuur wisselt af tusschen 20,7% en 26,4%.

„ Bij de vergelijking met Nederland moet men echter wel in het oog houden, dat te Vivi over het geheele jaar weinig verschil van temperatuur bestaat, terwijl bij ons in den zomer en den winter de verschillen groot zijn. Ook bij ons heeft de warmste zomermaand te Maastricht eene gemiddelde temperatuur van ruim 20 °/0; doch, dit is hier slechts voor de warmste maand in het jaar het geval en te Vivi algemeen.

„ Dat het klimaat aau de Congo niet voor kolonisatie der blanken geschikt is, stemt A. J. Wauters in zijn werk „ Le Congo au point de vue économique" (Bruxelles 1885) ook toe. Hij zegt: „La colonisation de 1'Afrique équatoriale par les Européens vous parait une utopie." Doch niet aan de hooge temperatuur, maar aan de miasmen der moerassen schrijft Wauters de oorzaken der ziekten toe, die de Europeanen in deze gewesten veelal ten grave slepen. Echter verwacht genoemde schrijver van het aanleggen van wegen, het