is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

235

Batavia openvallende, begreep de Gouverneur-Generaal Loudon te recht, dat Jellinghaus de aangewezen man was om die betrekking te vervullen.

Als hoofd van gewestelijk bestuur had Jellinghaus met buitengewone moeielijkheden te kampen, waaruit hij telkens met eer, zonder de minste verdenking van blaam, te voorschijn trad. In Tagal had hij met eene oproerige beweging te doen, die hij met de meeste klem onderdrukte, doch met besparing van noodeloos machtsvertoon en van wreedheid die de overheersching van het gezag zoo verbitterend maakt voor de overheerschten. Buitengewoon gesignaleerd, mocht Jellinghaus de ontwijfelbare erkenning bekomen van den grooten dienst bij die gelegenheid der Regeering bewezen, door eene bijzondere tevredenheidsbetuigiug van den Gouverneur-Generaal en zijne benoeming tot ridder van den Nederlandschen Leeuw.

Zijn vierjarig bestuur der residentie Batavia, ofschoon minder schitterend, was misschien nog verdienstelijker en gepaard met omstandigheden, die zijn karakter en zijne degelijke bekwaamheid de vuurproef deden doorstaan. Hij nam het bestuur der residentie op, te midden van de hevigste agitatie over de Atjeh-aangelegenheden, die de gemoederen in Indie's hoofdstad niet alleen bewogen, maar in hooge mate verdeelde en tegen elkander in het harnas joeg. Plichtsbetrachting, men moet het erkennen, was in die dagen voor den resident van Batavia eene dagelijksch zware taak, wilde de vertegenwoordiger der Regeering zijn onzijdig standpunt handhaven, zonder, op zijn beurt, aan wien ook aanstoot te geven. Ter eere van Jellinghaus zullen allen, die deze dagen met hem te Batavia beleefden, gaarne getuigen, dat het onmogelijk was zich met meerder tact te bewegen tusschen de twistende partijen, de waardigheid van het gezag te handhaven, 's Gouvernements bevelen uit te voeren, die, hoe hard ook soms voor de betrokkenen, Jellinghaus' populariteit ongedeerd lieten. Met dat al, behoorde de resident eene onverpoosde bedrijvig-