is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

274

onpartijdig tegenstander van Staatsbemoeienis als de heer van Soest in de kritiek van mijn boekje in uw tijdschrift, als zijne meening neerschrijft dat de Staat het nu eens begonnen werk moet voltooien.

Volgen ook andere kundige mannen in het Moederland, die met hem in beginsel beslist tegenstander zijn van Staatsaanleg en exploitatie, dit zijn voorbeeld, dan bestaat de zekerheid dat ook zij hunnen veel vermogenden invloed zullen aanwenden om ons Indie, zij het dan ook langs den verkeerden weg door den Staat — zoodra mogelijk van ijzeren afvoerwegen te voorzien.

Het zou toch wel treurig zijn indien Indie, dat grootendeels de millioenen, voor de Staatsspoorwegen in Nederland verwerkt, heeft opgebracht, thans moest boeten voor de fout in het Moederland bij den aanleg dier Staatsspoorwegen gepleegd, waar nu ettelijke millioenen daaraan besteed, geen voldoende rente leveren, omdat men aldaar nagenoeg elke plaats die meer dan 3000 inwoners telde, in het spoorwegnet opnam, zonder rekening te houden of een tram- of locaalbaan niet even goed het te wachten vervoer kon bedienen.

Dat er in dien toestand in Nederland, nu minder voorliefde voor Staatsspoorwegen in algemeenen zin bestaat, kan dan ook geen verwondering wekken.

Maar een dergelijk stelsel, zóó uitgebreid, en zóó geheel op provinciale belangen gebaseerd, wordt door niemand voor Indie verlangd.

Nog minder eischt men hier, dat van de belastingschuldi gen in Nederland, of Indie op nieuw offers zullen worden gevergd, om in Indie Staatslijnen te bouwen.