is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

434

meer dan eene gewone parlementaire oratorie, want zelfs onze vrienden in Atjeh (voorname inlanders) weten niet wat die XXII Moekim zijn; zij weten alleen dat het daar is een rijk land met eene oorlogzuchtige bevolking. De oorlog op Sumatra heeft bezwaren genoeg als men die moet voeren op de kusten, terwijl de schepen de basis zijn voor de operatien en monden krijgsbehoeften moeten aanvoeren.

„Hoe zal men dat doen in het binnenland? Zie eens op de kaart welk puntje onze bezitting daar inneemt, en hoever de afstand is van daar tot aan de grens van onze bezittingen ouder het gouvernement van Sumatra's Westkust.

„ Wie durft bij dat totale gemis aan kennis, zonder dringende noodzakelijkheid, ■—■ en die bestaat hier niet, — dan eene dergelijke agressieve politiek aan de Regeering aanraden? Wanneer wij de grens van de XXII Moekim wisten, — en verondersteld dat een aanval met volkomen succes bekroond werd, — eene onderneming misschien even hachelijk als onze tweede expeditie tegen Atjeh, — weet men dan wat achter de XXII Moekim ligt en zou men dan weder verder moeten gaan ? !

„Laat ons blijven waar wij zijn en door een wijs bestuur en goede instellingen trachten te verkrijgen wat wij op gansch Sumatra verkregen hebben: dat de bevolking zich vrijwillig aan onze heerschappij onderwerpe."

Ook de agressieve staatkunde werd eindelijk opgegeven. Opgezet met de bedoeling om aan den oorlog een einde te maken door krachtiger dan ooit den oorlog te voeren, bleek het dat de onderwerping der Atjehers toch niet werd verkregen. Men paaide zich eenigen tijd met het denkbeeld dat de toegedeelde tuchtiging in de XXII en XXVI Moekim den vijand tot inkeer zou doen komen. In September 1878 schreef zelfs generaal van der Heijden den Gouverneur-Generaal : „ Ik beschouw thans het tijdperk van pacificatie en van restauratie als te zijn ingetreden. Het burgerlijk bestuur zal van nu af meer handelend kunnen en moeten optreden, het