is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

Dajaks, ook vrouwen met kleine geschenken van vruchten en kippen bij hem, en vernam hij dat de schoonzoon van pangerang Mohamad reeds met veel handelswaren, amfioen en verscheidene kojangs zout te Nanga Skrang terug was, welke artikelen de Batang Loepars tegen eene geringe betaling genoodzaakt werden tot waar noodig, over land te vervoeren. Hij werd bezocht door Tomogong Ronga, Madjan Mambang en andere Dajaksche hoofden. Hij vernam dat Tomogong Bonga voornemens was een strooptocht te ondernemen tegen de Dajaks van Ingies, maar deze verontschuldigde zich dienaangaande en verzocht om een teeken, opdat men meer geloof zou hechten aan zijne verzekering, dat het Gouvernement niet wilde dat nog strooptochten zouden plaats hebben, terwijl Madjan Mambang stellig beloofde zich voortaan van sneltochten te zullen onthouden en eene vlag verzocht ten bewijze dat hij alleen de Gouvernementsbevelen behoefde op te volgen.

Aan von Gaffron bleek dat een groot deel der Batang Loepars vredelievend gezind was en deze wist hij over te halen zich voortaan aan den berg Lampij, dicht bij het meer Seriang, te vestigen.

Dien dag werden ± 200 personen met de medegebrachte rijst en zout gespijzigd en den volgenden dag toen de toeloop nog grooter was, een zeer aanzienlijke hoeveelheid, 260 gantangs, rijst uitgedeeld. Op den 21™ October was von Gaffron weer te Soehaid en daar teekende hij op den 28en aan, dat de strooptochten van den Tomogong geschiedden op aanhitsing van pangerang Mohamad, ten einde handelaren te doen opzien tegen het naar boven komen en de meeren ongenaakbaar te maken, zoomede dat Radja Brooke altijd was zijn tweede in words Op den 30en October was von Gaffron weder te Sintang, vanwaar hij op den Hen November naar Pontianak vertrok, om in den avond van den 30en November

1) De laatste drie woorden zijn zeer onduidelijk geschreven. Misschien staat er iets anders.