is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5S

overreding kunnen werken en juist daarin moest onzes errachtens het middel gezocht worden, om de Dajaks af te houden van 't koppensnellen en niet in moorden en verwoesten, ook van onze zijde.

Wat betreft het oprichten van inlandsche versterkingen, daaromtrent teekenden wij aan, dat wij er ons niet veel van voorstelden. Immers was dat middel reeds vroeger beproefd en wel zonder belangrijke resultaten. Stelde men zich voor die twee bentings tevens te doen dienen tot standplaats der twee controleurs? Zoo neen, stond het dan niet te vreezen dat de Maleische invloed die, — 't blijkt behalve uit de geschriften van von Gaffron en de koloniale verslagen, ook uit het boek van den Britschen scheepskapitein H. Keppel: „Tochten naar Borneo van James Brooke", en het werk van Steijn Parvé — vroeger het koppensnellen zoo dikwijls heeft aangemoedigd en zelfs Dajaks tegen ons de wapenen heeft doen voeren, weer zal toenemen ?

Zal, wanneer dit gebeurd, onder de Dajaks de Islam niet meer gelegenheid tot uitbreiding worden gegeven dan het Christendom, niettegenstaande hun en ons belang zeker eer medebrengt dat zij Christenen, dan dat zij Mohamedanen worden? Zou het daarom boven het daarstellen van bentings met eene Maleische bezetting niet verreweg de voorkeur verdienen, die bentings toe te vertrouwen aan militaire detachementen onder bezadigde met zorg gekozen officieren, die begrijpen dat de taak van het leger in de eerste plaats moet zijn mede te werken tot behoud van den vrede en die officieren ook met het civiel gezag te belasten? Al die vragen stelden wij ons en wij meenden dat ze allen, maar vooral de laatste, toestemmend moesten worden beantwoord.

Maar hoe dit ook zijn moge ■— zoo teekenden wij aan — zeker verdienen de mannen, die hebben weten te verhinderen dat de voorstellen van Serawak ingang vonden, den dank der Nederlandsche natie. Zij hebben haar bewaard voor den blaam, die had hij eens op haar gerust, moeielijk had kunnen worden