is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

Welsprekende oud-hoofdofficieren spoorden, tot in Nederlandsche kiesvereenigingen, onze vreedzame burgers aan om geld en goed bijeen te brengen op het altaar des vaderlands en om zich gewapend in te schepen naar het verre land, dat nog altijd onze souvereiniteit trotseert. Elier en daar werden motie's aangenomen, luidende dat er een einde moest komen aan den Atjeh-oorlog; maar verder kwam het niet. De natie, in haar geheel, scheen te begrijpen, dat men haar opwekte tot iets wanhopends, tot iets geheel ongehoords in hare langdurige koloniale geschiedenis, tot iets dat wellicht ook niet het lang begeerde resultaat zou hebben doen bereiken.

Inderdaad, stel, dat terwijl wij nog de uitgebreide fortenstelling innamen, een versch leger van 12.000 man uit Nederland vertrokken en te Atjeh gedebarkeerd ware, zou men dan zoo zeker zijn geweest in korten tijd de laatste strijdlustige Atjehers voor altoos onderworpen te hebben? Zouden zij opgehouden hebben hunne taktiek te volgen: voor de overmacht te wijken, zich in bedekt terrein te verschuilen, onze convooien te bestoken en plotseling kleine troepenafdeelingen in den rug te bestoken of in hinderlagen te verrassen ? Welke offensieve macht ook handelend optreedt in een zeer uitgestrekt gebied, kan zij toch onmogelijk den vijand dwingen om juist te doen wat men gaarne had: vereenigd opmarcheeren en zich door den sterkeren tegenstander te laten vernietigen, en toch zijn de meeste beschouwingen van degenen, die den oorlog door den oorlog wilden beëindigen op die kapitale dwaling gegrond. De steeds strijdlustige Atjehers zouden in hun land op kleine schaal de taktiek hebben blijven volgen, die de Russen in 1813 tegen Napoleon I met zoo veel succes hebben gevolgd. Zij zouden al meer en meer ons legercorps van 12.000 man in het binnenland hebben gelokt en dat leger gedwongen hebben tot bovenmatige inspanning en ontberingen. Het zou al spoedig onverrichter zaken hebben moeten terugkeeren, of, evenals het groote leger van Napoleon in Rusland, door afmatting, ziekte,