is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

Wij zijn geen voorstanders van deze retraite; doch, vóór wij de motieven onzer meening mededeelen, wenschen wij de aandacht te vestigen op enkele passages in de brochure van den heer Nederburgh, die getuigen van eene scherpzinnige en onpartijdige beoordeeling van den loop der gebeurtenissen en van de ware toestanden op Atjeh. Hoe men ook over de gevolgtrekkingen van het oud-regeeringslid gelieve te denken, zijne denkbeelden omtrent het vruchteloos bezigen van geweld en van de heusche oorzaken, die de Atjehers wars doet zijn om zich te onderwerpen, kunnen niet gemakkelijk ontzenuwd worden. Opzettelijk bespreekt hij het middel: „Atjeh met geweld ten onder te brengen en ten onder te houden," en dit ontlokt hem de volgende merkwaardige beschouwing:

„Wij hebben dat middel reeds eenmaal beproefd en niet roekeloos, want er was toen nog grond om te hopen, dat de Atjeher zijne krijgsbenden verslagen en verstrooid, zijn land veroverd en bezet ziende, het hoofd in den schoot zou leggen.

„Onze dappere troepen, door ondernemende en beleidvolle veldheeren aangevoerd, hebben Groot-Atjeh overstroomd, den vijand, waar hij stand hield, verslagen en zijne versterkingen ingenomen. Ons militair succes is daar volkomen geweest.

„ Maar het einddoel, de bevrediging, het rustig bezit van Atjeh, is niet bereikt. Integendeel onze toestand is sedert de staking der verovering steeds verergerd en eindelijk zijn wij door de uitputting van leger en schatkist gedwongen geworden het veroverde grondgebied grootendeels te verlaten en ons terug te trekken binnen eene zeer beperkte stelling.

„Waaraan is die achteruitgang te wijten ?

„ Aan het loslaten van het stelsel van van der Heyden ? of aan andere, buiten onze macht liggende, natuurlijke oorzaken, wier werking wel kon worden vertraagd en belemmerd door beleidvolle maatregelen, maar niet geheel kon worden gestuit ?

„Natuurlijk kan op die vragen geen beslissend, niet voor te genspraak vatbaar antwoord worden gegeven, maar wij kun-