is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

91

minst de hoop, dat wij eindelijk zouden zwichten en Atjeh verlaten.

„Weinig kans dus op verbetering van den toestand, en verbeterde hij niet spoedig, dan moest hij uit den aard der zaak verergeren. De indruk toch onzer overwinningen verflauwde door tijdsverloop; het welslagen der rooftochten en het ongedeerd blijven der daders moest het getal en de stoutheid der roovers doen toenemen; onze onmacht om de welgezinden te beschermen, moest de twijfelaars terughouden van onderwerping en de onderworpenen tot afval verleiden of tot heulen met den vijand.

„Zoolang de onderhoorigheden schuilplaats en hulp bleven geven aan de oorlogspartij, konden wij niet hopen op rust en orde in Groot-Atjeh.

„ Alles wettigt het vermoeden dat volharding in het stelsel van van der Heyden onzen achteruitgang in Groot-Atjeh hoogstens zou hebben vertraagd, maar niet zou hebben voorkomen.

„ De geschiedenis der laatste jaren is eene ernstige waarschuwing voor de toekomst.

„ Bij den aanvang en in den loop van den oorlog meenden wij x\tjeh door geweld te kunnen bedwingen en rustig houden, en na de veldtochten van van der Heyden vleiden wij ons dat dit doel bereikt of nabij was; in den roes onzer overwinningen, miskenden wij onzen toestand en dien des vijands, overschatteden de gunstige verschijnselen en telden de ongunstige te licht.

„Dat optimisme was verschoonbaar, want de toekomst kan alleen uit de zichtbare verschijnselen worden voorspeld, en wat wij toen zagen, veroorloofde te hopen dat het nog smeulende oorlogsvuur van zelf zou uitdooven, dat de schijnbaar krachtelooze daden van verzet door tijdsverloop zouden verstikken.

„Thans zijn wij ontgoocheld.

„Niet alleen is onze hoop vernietigd, maar wij zien bij