is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182

het binnenland in alle opzichten tevreden. Het land met zijne bewoners, zoowel boeren als Portugeezen, was mij veel meer bevallen dan ik ooit had durven hopen. De omstandigheden schenen mij gunstig toe. In vele streken die ik was doorgetrokken, had ik eene hoeveelheid vogels opgemerkt, die in aantal en verscheidenheid mijne verwachting verre overtroffen, en waaronder, naar ik mij voorstelde, nog wel eenige nieuwe soorten zouden worden gevonden. De moeilijkheden, aan het reizen naar verschillende zijden verbonden, waren veel geringer geweest dan ik verwacht had, en inzonderheid was ik tevreden over de diensten die mij daarbij mijn paardje bewezen had, een der beide Oost-Indische pony's, die ik, bij wijze van proef, uit Holland had medegebracht, en waarvan het andere, gedurende mijne afwezigheid, door van der Keilen op eenige jachttoeren in den omtrek van Mossamedes was bereden. Ik achtte de proef zoodanig gelukt, dat ik de noodige maatregelen nam, om nog twee Oost-Indische pony's, Sandelwoods van uitstekende hoedanigheid, die bij den afloop der Koloniale Tentoonstelling te Amsterdam in mijn bezit waren gebleven, naar Banana te doen komen, en bij mijne voorgenomen reis naar Benguella vandaar door Goddefroy of van der Keilen te doen afhalen.

Mijne reisgenooten hadden gedurende mijne afwezigheid te Mossamedes een recht genoeglijk leven geleid. Zij waren door de Portugeesche ingezetenen met beleefdheden overladen, alle woningen hadden voor hen opengestaan, zij waren telkens op muziek- en danspartijtjes genoodigd, en hadden de opmerkelijke ervaring opgedaan, dat zij, vooral met de dames, hier en daar een woordje in het Fransch konden wisselen, en dat zelfs in deze afgelegen streken eene piano niet slechts een gewoon stuk huisraad was, maar ook door de Portugeesche schoonen niet zelden met veel vaardigheid werd bespeeld.