is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Godsdienstvrijheid in China.

In het laatst van het voorgaande jaar zijn allerwege in China door de plaatselijke autoriteiten, doch met vermelding dat dit geschiedde op hoog bevel van het centraal gezag te Peking, proclamaties uitgevaardigd, waarbij eerbiediging van personen en eigendommen van zendelingen en tot het christendom bekeerde onderdanen werd gelast.

De inhoud van deze stukken is verschillend wat vorm en omvang betreft, doch de grondtoon van alle is dezelfde: eene ernstige vermaning tot het volk om de christenen in China met vrede te laten, en eene verklaring, dat het iedereen vrijstaat tot de christelijke leer toe te treden. Daarbij komen, geheel in overeenstemming met den smaak van den geletterde, gelijk elke Chineesche staatsambtenaar van eenigen rang is, eenige keurige zinsneden van moreele strekking, waartoe vooral een onderwerp als de verkondiging van verdraagzaamheid en vrijheid van godsdienstige overtuiging zich bij uitnemendheid leent. Enkele staaltjes van den toon, in welken deze proclamaties gesteld zijn, laten wij hier volgen.

De gouverneur van Shanghai zegt o. a.: „ Sedert de ophef„fing van het keizerlijk besluit, waarbij het bouwen van ker„ken door christenen verboden was, ten tijde van de openstelling van China voor vreemde natiën, zijn er verschillende „twintigtallen van jaren verloopen; de zendelingen hebben