is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234

bij zich zeiven. „Ik houd het voor vast, dat er één bij hem aan den haal is. — Nu, hij moet het zelf maar weten. Wil hij het werkelijk betalen, des te beter; ik zal het hem zeker niet beletten. Maar ik mag Joost heeten, als ik er iets van begrijp !"

Wij meenen genoeg geciteerd te hebben, ter aanprijzing der lectuur van dezen immer door boeienden roman. Wij houden ons overtuigd, dat onze lezers, die hem ter hand nemen, zullen getuigen dat de lof, die wij den schrijver brengen, geheel verdiend, volstrekt niet overdreven is en met onzen wensch instemmen, dat hij nog een en andermaal de Nederlandsche litteratuur met dergelijke producten moge verrijken.