is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

283

De kruin van den dam ligt op 1.5 M. -f- PP.' en is 2 M. breed.

Ter plaatsing van een havenlicht is de kop van den dam verbreed; hij is 2 M. boven den hoogsten waterstand verheven en aan alle zijden met den zwaarsten steen bestort.

Voor zoover de dam als loskade is ingericht, bestaat hij aan de binnenzijde uit een muur, opgetrokken uit groote portlandcement beton blokken. De kade heeft een breedte van 13 M., zoodat daarop zoo noodig 4 sporen kunnen worden gelegd.

Aan de buitenzijde is op de steenstorting een keermuur uit deugdelijk metselwerk gebouwd, die reikt tot 3.5 M. + PP. of 2.5 M. boven den hoogsten waterstand.

§ 38. De kaaimuur langs den oever rust op een steenstorting en is mede van groote betonblokken opgebouwd.

Achter den muur wordt het terrein op de vereischte breedte tot 2 M. + PP. opgehoogd.

Waar de kaaimuren den aangebrachten grond niet meer beschermen, wordt de glooiing met natuurlijken steen tegen afkabbeling beveiligd.

§ 39. Voor de plaatsing der verschillende gebouwen en sporen is meer dan voldoende ruimte tusschen den oever en het gebergte aanwezig.

In de behoefte aan drinkwater, mede ten behoeve der schepen, kan door een leiding uit de Soengei Bramei, ruimschoots worden voorzien.

VI. BOUWTIJD.

§ 40. De bouwtijd van den spoorweg wordt voor een groot gedeelte bepaald door de beschikbare werkkrachten.

De ontworpen spoorweg is het eerste groote werk, dat in vrijen arbeid op Sumatra wordt begonnen. Uit vroegere ondervinding kan dus niet met zekerheid worden besloten, dat het thans niet aan de noodige handen zal ontbreken.

Bij den bouw der ijzeren kazernes te Port de Koek waren