is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

292

63,941, 66,146 en 66,329 picols, waarvan een belangrijk gedeelte op de Boven- en Benedenlanden komt.

De geheele opvoer wordt, na de voltooiing van den spoorweg, gesteld van de Brandewijnsbaai tot Padang Pandjang op 9000 ton, waarvan 6000 ton naar Port de Koek en 3000 ton naar Solok gaan.

Voor het locaal verkeer tusschen Solok en Fort de Koek wordt een vervoer in iedere richting van 2000 ton aangenomen.

c. Kolenvervoer.

Zonder in nadere beschouwingen te treden omtrent het te verwachten kolendebiet in den Archipel, in Singapore en andere havens, wordt volstaan met de aanteekening, dat de heeren de Greve, van Diest en Cluysenaer, benevens verschillende concessie-aanvragers aannemen, dat korten tijd na het begin der exploitatie van het Soengei Doerian kolenveld per jaar 100,000 ton kolen langs den spoorweg zullen moeten worden afgevoerd. De verwachting is niet ongegrond, dat dit cijfer spoedig tot 120,000 en later tot 150 a 200,000 ton kan stijgen.

De ontworpen spoorweg heeft voldoende capaciteit, om laatstgenoemde hoeveelheid te vervoeren.

Bij de raming der vermoedelijke inkomsten van den spoorweg wordt het kleinste der opgegeven cijfers, namelijk een vervoer van 100,000 ton, van Moeara Kalaban naar de Brandewijnsbaai aangenomen.

IX. EXPLOITATIEKOSTEN.

De ontworpen lijn kan ten behoeve der exploitatie in 6 secties worden verdeeld, waarvan de sectie Padang PandjangFort de Koek alleen personen- en goederenvervoer, de overige secties ook het kolenvervoer zullen hebben te effectueeren.

Aangezien het kolentransport de groote massa van de te vervoeren hoeveelheid zal moeten uitmaken, en geheel onafhankelijk van het personen- en goederenvervoer zal plaats