is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

346

Met het vertrek van den schoolgaanden knaap lost zich het tooneel langzamerhand op, alleen de kinderen blijven het landschap stoffeeren. Deze komt met een kuiken aan een touw aangesleept, een tweede heeft een jeugdig katje meester kunnen worden, waarop hij zijn marteling-kunst oefent.

De man gaat op redjeki uit, de vrouw past de bekende Inlandsche middelen op haar persoon toe om haar schoonheid meer uit te doen komen. Koopvrouwen en koppelaarsters komen en gaan, vriendinnen en bekenden wippen aan of nooden van verre tot meegaan uit. Het einde van alles is een gezellige dobbelpartij in de woning of in die harer kennissen, tot het uur, dat de zonne reeds sterk ter kimme neigt, tot uitscheiden dan wel tot huiswaarts roept.

Wanneer het geluk den ouderen op dien welbesteden dag toegelachen heeft, dan wacht den kinderen een vrijheid zonder banden en aan hun wenschen en lusten worden, hoe vreemd ook, steeds voldaan. Ongelukkig wanneer het tegendeel het geval is. Wee dan den kleinen vrager! En zoo is dezen dag voor de ouderen geweest. Vader en moeder hebben met de ruwe zijde van het leenen te kampen gehad, schuldeischers en eischeres^en hebben dringender dan anders aangehouden, en had de man al geen redjeki, de vrouw moest bij het spel degene wezen die het gelag betalen moest. Beider gemoed is korrelig, en toch, de kleine heeft het er opgezet den vlieger te koopen van Sidin en moet vijf duiten hebben. Vleiende spreekt hij de kweekster van zijn eerste dagen om dien vlieger aan, die met een van zich afschuddend stotterig ah! antwoordt. De kleine houdt echter vol, de volhouder overwint, dat weet hij ; op een anderen tijd gelukt hem wel zijn wensch vervuld te zien, waarom heden niet. Nog een ah! en bij het langer herhalen een boosaardig tida! of ora. Nu is evenwel het geduld van den vrager ook uitgeput; woedend werpt de telg zich op den grond, wentelt zich rond, bonst met het hoofd op en neer, slaat en trappelt met de voeten, alles onder een vervaarlijk geschreeuw.