is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

439

die gemoderniseerde hoofden, diens belangen kan behartigen, kan de invloed van den hadji gestuit worden en doet het grootere aantal de waarde van het hadjischap verminderen. Maar voor alles behoort daartoe een krachtige hand, die geen uitzonderingen tegenover de andere Inlanders gedoogt en geen voorrechten inwilligt, daarentegen hun steeds houdt in de rijen waarin eiken Inlander volgens rang en stand behoort te staan. Hoe ook echter de invloed van den hadji op de Inlandsche maatschappij kan gekeerd worden, een euvel wat van de bedevaart naar Mekka onafscheidelijk is en, zoolang die toegestaan blijft, niet weggenomen kan worden, is de vermeerdering van de armoede van het gewest waar des hadjis woonplaats was en alwaar hij na zijn gelukkige terugkeer zich vestigen zal. Die armoedstoename, die achteruitgang van land en volk, waar de zucht om ter bedevaart te gaan nog al groot is, gaat zoo gestadig en onafwendbaar voort en alle gelden die, op welke wijze ook, in dat gewest gebracht worden, verdwijnen zoo spoedig zonder eenig spoor van verbetering in den toestand te brengen als water dat men dooreen trechter laat gaan.

De wijze waarop zulk een aderlatingsproces geschiedt zij ons vergund hier mede te deelen.

De Inlander, die het voornemen heeft opgevat naar Mekka te gaan, begint tegelijk zuinig te worden. Is de aspirantbedevaartganger een gepensioneerd [nlaudsch ambtenaar, dan heeft hij reeds tijdens zijn diensttijd die zuinigheid betracht, tevens zijn roofsysteem grootere afmetingen genomen; beiden, gepensioneerd hoofd en gewoon Inlander, beperken hun uitgaven tot het hoogst noodzakelijke, wat bij een Inlander al bijzonder gering is. Zijn ze eenmaal hadji en willen zij de bedevaart alleen maar eens overdoen, dan behoort de zuinigheidsbetrachting niet tot de middelen, die hen in gelegenheid moet stellen het plan te volvoeren, want de bevolking verleent die dan.