is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

469

schulden gedrukt gingen, waarvan ze de renten uit de geoorloofde en ongeoorloofde inkomsten dier apanages konden betalen, dan zal men lichtelijk kunnen begrijpen dat de conversie hen in treurige finantieele omstandigheden bracht.

Wat de Regeering dus deed was half werk en levert het bewijs van onbekendheid met den innigen toestand van het land en zijne bevolking, dat men een nieuwen maatschappelijken toestand opdrong.

Het zoeken had moeten zijn, bekend te worden met den finantieelen toestand van hen, die men uit hun gewonen doen wilde zetten en daarna te zorgen, dat ze met eene zuivere rekening hun nieuw leven te gemoet gingen; dat zou betrekkelijk veel geld gekost hebben, maar dan zou men dankbare en tevredene onderdanen gekregen hebben, zeer zeker ten allen tijde bereid, bestuur en politie met goede trouw op zijde te staan, wat nu zeer te betwijfelen valt.

Om de geapanageerden gunstig te stemmen, voor de door de Regeering beoogde conversie, schijnt het, dat men hun voorgespiegeld heeft, eene bij de wet te regelen onaantastbaarheid of onvervreemdbaarheid der hen toe te leggen geldelijke schadeloosstelling, voor het verlies hunner apanages, waardoor die indemnisatien buiten het bereik van den schuldeischer zouden gebracht worden; dat is dan ook bij een Gouvernementsbesluit aldus vastgesteld.

Op de eerlijkheid en een onbegrensd begrip van wettigheid en recht van dit besluit is, naar onze schatting, wel iets af te dingen, immers den Chinees-geldschieter werd daardoor ontnomen den waarborg voor zijn geleend geld, want men nam hem den ouden waarborg —■ zijnde de apanage — af en onthield hem de aanspraken op hetgeen zijn schuldenaar daarvoor in de plaats kreeg.

Wat zou de hypotheekhouder in Holland wel zeggen van zoo'n maatregel ?

Welke gevoelens bij beide partijen hebben voorgeheerscht durven wij niet verklaren, maar zooveel is zeker, dat na de