is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

uitsluitend materiëele richting, die onbetwist den staf zwaaide. Het jaar 1838 mag genoemd worden als een der meest zegevierende van het kuituur- en consignatie-stelsel, als een der jaren, waarin, alle verzet gebroken, de zinnen, de belangen, de toestanden zich slaafsch gezet hadden op de louter en uitsluitend materiëele exploitatie van den bodem en der werkkrachten. In dat stelsel zag men alleen heil en toekomst voor zich en de zijnen. Dat stelsel was de alpha en ommega van het Indisch beheer: die in dat raderwerk kon meêloopen, voelde zich gelukkig; die er buiten moest blijven staan, achte zich misdeelt als een paria, die slechts ter loops op sleeptouw werd medegenomen. De groote, de eenige zorg der regeering loste zich op in het voortbrengen van producten, geschikt voor de Europeesche markt; die daarin practisch uitmuntte was de groote, de rijk beloonde man ; die andere, geestopwekkende speculatien op den voorgrond wenschte te schuiven, had oneindige voorzorgen te nemen, ten einde zich den toorn der overheid en het medelijdend schouderophalen van het publiek te sparen.

Van Hoëvell had, in de eerste en voornaamste plaats, te doen met de regeering om verlof tot de uitgave van het tijdschrift te bekomen. Dat verlof was lang niet gemakkelijk te verkrijgen. Er waren invloedrijke ambtenaren, die het vreemde nieuwe persproduct beschouwden als het paard van Trooien, en de regeering ten ernstigste daartegen waarschuwden. Aan het hoofd der tegenstanders stond niet minder dan de algemeene secretaris, een der gevaarlijke eenoogigen, die voor koningen in het rijk der blinden doorgaan, en persoonlijke redenen meende te hebben om geen gelegenheid aan anderen te geven hunne kennis en talenten aan den dag te brengen. Kleingeestig tegengestribbel was er genoeg om een minder doorzettend en vastberaden karakter al aanstonds te ontmoedigen en zijn plan te doen opgeven. De Gouverneur-Generaal en de raden van Indie waren echter boven kleingeestige denkbeelden verheven; maar waren des te meer beducht voor