is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7

het te veel der Britten, hetgeen alles in zich bevat, wat de Fransehen eigenlijk geestig noemen. Ik wenschte wel dat ik mij hier wat meer laconisch kon uitdrukken. De eerste regel om niets te veel te zeggen bestaat vooreerst daarin, dat men de kunst verstaat van geheel te kunnen zwijgen, als men er geen dadelijk, —• bijna had ik gezegd, vooraf berekend, — belang bij heeft, want menig woord heeft in Engeland zoo veel waarde als een banknoot. — Ik volg twee Engelschen op den grooten weg naar Holborn. Zij spreken ongeveer alle honderd schreden een paar woorden, zwijgen dan weder, en vervolgen hunnen weg, naast elkander, te zamen en alleen ! Welk Franschman zou, met zijn vriend of zelfs met een onbekende voortwandelende, zijn tong gedurende een afstand van honderd passen in bedwang kunnen houden? Maar genen zullen gedurende twee honderd, drie honderd, vier honderd schreden, ja zelfs tot aan de Bank, zoo het noodig is, den mond houden, indien ze elkander niets te zeggen hebben, dat voor beiden nuttig is. Uit ijdelheid te spreken, is in hun land bijna zonder voorbeeld. De Engelschman toont zijne meerderheid door zijne werken : waarom zou hij zijne geestigheid voor u op kosten jagen? Hij handelt met u niet in aardigheden, voor zoo verre ik weet, en gij betaalt hem niet om eene geestigheid te zeggen.

Een tweede regel om niets te veel te zeggen, is van over geen zaak meer dan het juiste getal vragen en antwoorden te doen en te geven, welke de zaak noodzakelijk vordert. Spreekt gij over eene inrichting? Wel nu! dan is er een zeker getal denkbeelden welke die inrichting gewoonlijk in het verstand opwekt, hetzij over de maatschappelijke behoefte waarin deze inrichting voorziet, hetzij in het algemeen over hare bepalingen, hetzij over haar budget, hetzij eindelijk over hare uitwerkselen. Spreekt gij over een handel of over eene bijzondere onderneming? Dan zullen de denkbeelden, in een nauwen kring, gaan over ontvangst en uitgave, over winst en verlies, over uitwendige en aanwezige resultaten. Zoo lang