is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

Hier was alles zoo eenvoudig, dat mijne vragen geen gevaar liepen op een dwaalweg te geraken. „Hoeveel cirkels koperdraad geeft deze draadtrekking per dag?" „Hoeveel stukjes maken deze vrouwen?" „Hoeveel spelden kan één werkman slijpen?" Op dit alles ontving ik categorisch antwoord.

Ik maakte wel in stilte, bij mij zeiven, eenige vergelijkingen tusschen de kracht en de eenvoudigheid der werktuigen; de uitmuntendheid der goederen die hier vervaardigd worden en de ongezondheid der gebouwen; tusschen den toestand der zaken en der menschen, welke laatsten mij veel meer belang inboezemden dan hetgeen uit hunne handen komt. Maar ik zeide van dat alles niets aan den fabrikant. Ik gevoelde wel dat elke aanmerking op dit punt tot het overbodige zou hebben behoord. Ik bleef dus het stilzwijgen bewaren, met uitzondering van eenige vragen in den geest van zooeven, over het geheele getal namelijk der werklieden in de fabriek, over hunne nauwkeurigheid bij het werk, en over dergelijke zaken van hetzelfde belang.

Met dezelfde bescheidenheid doorliep ik de werkplaats, waar, door zulk een eenvoudig en snelwerkend middel, de elastiken worden gereed gemaakt, waarvan men de speldekoppen vervaardigd. Eén man en één kind zijn daartoe genoegzaam. Het kind draait de spil, die het koperdraad elastiek maakt; de man neemt met de eene hand een zekere hoeveelheid stalen, en suijdt ze met de andere hand door middel eener schaar, op de dikte van een speldenknop, af. Met een enkele snede valt er een twaalftal van die koppen, en daar de werkman de beide messen der schaar zoo dikwijls in eene minuut toeknijpt, als de pols slaat, kan men daaruit afleiden hoeveel speldenknoppen één man per dag kon bewerken. Ik vroeg er naar. De fabrikant zeide het mij, maar dewijl het met eene economische snelheid en in Engelsche cijfers was, heb ik het niet begrepen.

Maar waar ik mij niet weerhouden kon van te praten, of liever van in onnutte zaken uit te barsten, was toen ik een