is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

Opmerkenswaardig is het, dat in den handel langs deze kust geen gebruik wordt gemaakt van het elpenbeen, gelijk in andere landen, waar de olifant zich even talrijk voordoet als op dit gedeelte van het eiland. Het vroeger gezegde, dat het bestaan dier dieren voor de Atjehers als 't ware een raadsel is, wordt hierdoor te meer bevestigd, ten minste schijnen zij zich de moeite niet te willen geven van de uitgevallen tanden dezer dieren in de bosschen op te zoeken of hen te vangen, om ze hun daardoor te ontnemen. Dan waartoe moeite gedaan, indien er geen aansporing, geen prikkel toe bestaat, en het winstbejag niet die moeite verzoet?

Atjeh, waar de bevolking, die landwaarts inwoont, zich geheel en alleen met den akkerbouw bemoeit, voornamelijk met het planten van rijst, levert niet vele voortbrengselen voor den handel op. Zelfs de daar geplant wordende rijst is niet voldoende of genoegzaam voor de dagelijksche behoefte der bevolking, zoodat er van andere oorden nog aangebracht moet worden, hetwelk, door onrustige omstandigheden soms belet wordende of eenige stremming ondervindende, Atjeh den doodsteek toebrengt en weldra geheel doet kwijnen.

Het overige dat daar ter plaatse wordt uitgevoerd, bestaat in:

Stofgoud, dat, van een zeer goed alooi, te Atjeh zelve weinig voorhanden is, doch het meest wordt aangebracht van Analaboe, waar het in het gebergte van Willa (buiten 's lands dicht bij die plaats) wordt uitgegraven. De gewone prijs is van 20 tot 25 Spaansche matten de theil, zijnde daar eene zwaarte van een en een halve Spaansche mat en twee oude Compagnies duiten (1790). Dit goud wordt het meest naar de west van Indie uitgevoerd.

Areek of pinangnoten, die in menigte om de oost van Atjeh en te Atjeh zelve groeien, en van daar voornamelijk naar Poeloe Pinang uitgevoerd, en verder naar China overgescheept worden. De om de oost van Atjeh gelegen landen weinig peper voortbrengende, zoo is de areeknoot wel het grootste