is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (2e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

87

opereeren op de wijze als dit nu eene reeks van jaren achtereen tot groot voordeel van onze instelling en tot gerief van de dadelijk belanghebbenden het geval is geweest.

„Het is u uit vroegere verslagen bekend, op welke wijze wij het geldverkeer tusschen de industrieelen in beide Vorstenlanden en hunne geldschieters te Samarang of elders roet onze crediethulp tegemoetkwamen. Op aanvraag van dezen werden ten behoeve van genen credieten geopend, waartegen kon beschikt worden in wissels aan de order van onze Bank op de elders gevestigde geldschieters getrokken. In vroeger jaren werden die wissels betaalbaar gesteld op eenen termijn van tien a veertien dagen na dato; doch in den loop van het jaar 1874 besloot de toenmalige directie der Bank om ook ter disconteering toe te laten dergelijke wissels op eenen maximum termijn van twee maanden getrokken, en bij het in toepassing brengen van dit stelsel heeft de Bank zich jaren achtereen bijzonder wel bevonden, want de netto winst bv. van het agentschap Soerakarta, die in de jaren 1870/71 tot en met 1873/74 gemiddeld per jaar ruim ƒ 3100 had bedragen, steeg in de eerstvolgende tien jaren tot gemiddeld bijna ƒ 26.000 per jaar, terwijl het in 1879 opgerichte agentschap te Bjokjokarta, dat ten doel had om daar op dezelfde grondslagen als te Soerakarta te opereeren, eene gemiddelde jaarlijksche winst van ruim ƒ 30.000 heeft afgeworpen, zoodat beide agentschappen te zamen, in de jaren voorafgaande aan de jongste crisis, eene jaarlijksche baat van omstreeks ƒ 60.000 tot de generale winst- en verliesrekening der Bank bijdroegen.

„ Steeds heeft bij het verkenen van bankcredieten het beginsel op den voorgrond gestaan, dat de handteekening van de ondernemers, aan wie de gunst van het beschikken m wissels op twee maanden werd toegestaan, op zich zelf de vereischte waarborg van soliditeit voor ons moest opleveren, geheel afgescheiden van de waarde, die wij van onzentwege aan de handteekening van hunne betrokken geldschieters zouden hebben toe te kennen. Hoe nu de tijdsomstandigheden