is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (2e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

397

pl. m. drie voet tien pas binnen de benting-posten-linie, die achter een klein dijkje gelegen was. Nadat de posten uitgezet waren, nam ieder zooveel mogelijk rust en zocht de schaduw op. Zoo was het 3 uur 's namiddags geworden; ik zat toen juist te praten met majoor Euempol en dacht aan geen gevaar, toen er plotseling vlak in de buurt eenige Atjeesche schoten vielen (duidelijk van de onze te onderscheiden, aan den doffen, zwaren slag); iedereen vloog terstond naar zijne post, daar er geen twijfel was, of er kwam eene algemeene aanval op het bivak. Toen ik bij de ambulance kwam, regende het reeds kogels in het bivak, ook in en om de ambulance; het eenige wat ik voor de veiligheid kon doen, was in plaats van op, naast bovengenoemde kleine hoogte plaats te nemen.

„Ik had daar nog geen vijf minuten gewacht, toen reeds luitenant "Verploegh en genoemde majoor Ruempol, beiden gevaarlijk door kogels getroffen, bij mij gebracht werden, en zoo ging het door tot 's middags zes uur, zoodat ik toen twee dooden en veertien zwaar gekwetsten bij mij gehad had. Het schieten maakte een oorverdoovend geraas; vooral de salvo's van onze Beaumontgeweren zijn in die omstandigheden een genot om te hooren; aangenaam vond ik het niet, dat aanhoudende gefluit van kogels om mij heen, maar ik kon toch niet wegloopen of achter een boom gaan zitten ? Om 3y3 uur kwam er bevel van den generaal, om de gekwetsten naar de ambulance der andere kolonnes over te brengen, waar zij meer in veiligheid waren. Om 6 uur kregen we een laatste salvo op het geheele bivak, (het was van drie kanten omsingeld, een kant grensde aan eene rivier) en een vooruitdringen der Atjehers onder het geschreeuw van Allah il Allah (hun oorlogskreet); de aanval duurde geen halve minuut en viel onder de moorddadige salvo's van onze geweren geheel in duigen; hierop werd het wat stiller en kwam de nacht; het vuren op het bivak hield echter niet op en heeft voortgeduurd, totdat acht dagen later de benting klaar was en we oprukten. Dien nacht bleef ik nog op denzelfde plaats en heb dien plat op