is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 70, 1903, no 65, 14-08-1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

461

BERICHTEN EN MEDEDEELINGEN, INGEZONDEN STUKKEN.

86e algemeene vergadering van de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels.

In de z.g. feestzaal van het American-hotel heeft eergisteren, 12 Augustus, een klein honderdtal der leden van onze Vereeniging met opgewektheid deelgenomen aan de behandeling van het een en ander, voor de algemeene vergadering in dit jaar

bestemd.

De heer J. A. Wormser, voorzitter, deed der beraadslaging een kort woord voorafgaan, een woord van welkom en van herinnering aan het nu verleden 85e genootschapsjaar, dat, hoewel kalm voorbijgetrokken, in meer dan een opzicht der Vereeniging toch voordeelig is geweest; want het schijnbaar minder gunstig resultaat op de rekening van een harer organen, het Bestelhuis, behoeft niet de geringste bezorgdheid te wekken. Van de 545 leden der Vereeniging hebben zich thans 515 als committent bij het Bestelhuis aangesloten, zoodat het doel der instelling, te zijn voor al de leden in hun bedrijf een middel van onderling verkeer, bereikt mag heeten. Inwendig heeft het gebouw ten belange van de exploitatie ettelijke verbeteringen ondergaan; derhalve kan, almeê door een verstandig beheer, spoedig weder een tijdperk van hooger materieele welvaart worden tegemoet gezien. Zijn poging, bij de gemeentebesturen in Nederland steun te vinden tot opheffing van de onmatige concurrentie, welke het

leveren van schoolboeken door aanbesteding ten

gevolge heeft, hoopt het Bestuur eerlang te mogen beschouwen als geslaagd.

In het eerste halfjaar 1903 hebben drie firma's, welke, op het gebied der Nederlandsche boeknijverheid, ieder een waardige plaats vervullen, haar

jubilee gevierd. Met hare vertegenwoordigers, de heeren Enschedé, Nijhoff, Boele van Hensbroek en Schillemans hartelijk geluk te wenschen, besloot de Voorzitter zijn rede, en de verwachting dat de leden onder zijn gehoor hiermee zouden instemmen, beantwoordden zij door een driewerf krachtig applaus.

Tot het opnemen der stemmen werden benoemd de heeren Tj. van Holkema, H. Honig, J. M. Meulenhoff, M. H. B i n g e r, K. H.Idema en J. A. W 0 r m 5 e r J r., die allen bereidwillig deze functie aanvaardden.

Van de 34 candidaten, die zich voor het lidmaatschap hadden aangemeld, moest éen uitvallen, wegens het niet bij het Bestuur inleveren van een geteekend biljet. Behalve de heer J. F. A. Vlaanderen werden, na gesloten stemming, allen toegelaten. (Zie officieel gedeelte).

Het Verslag der Commissie tot het nazien der rekeningen en dat der werkzaamheden van het Bestuur over 1902/03 gaven tot geen opmerkingen aanleiding.

In verband met het verslag van den Bibliothecaris vroeg de heer J. J. M. M 0 1 ij n eenige inlichtingen, welke de heer R. W. P. de Vries beantwoordde. Deze samen spreking leverde ongedacht eene belangrijke uitkomst op: er zal een nieuwe

(aangevulde) catalogus der bibliotheek van cle Vereeniging worden gedrukt.

De Verslagen van Commissarissen van het Ondersteuningsfonds, het Fred. Muller-fonds en het Nieuwsblad, alsook het Rapport der Commissie voor de bouwstoffen werden goedgekeurd.

Daarentegen lokte het verslag der Commissarissen van het Bestelhuis een langdurige discussie uit.

Als woordvoerder voor de Amsterdamsche Debitanten-vereeniging zette de heer Paulus Müller zich schrap. Commissarissen hadden toegezegd, dat in deze veigadcring cijfers zouden genoemd worden met betrekking tot de exploitatie van het Bestelhuis in 1003. Spr. verzocht nu hierom.

De heer W. F. van Stockum J r., commissaris, noemde cijfers: Het getal committenten was op 1 Jan. 11.: Amsterdam 387, buiten Amsterdam 1123. Aan nota's over het Ie sem. zijn

verzonden in Amsterdam voor een bedrag van ƒ3403.795, buiten Amsterdam / 15710.48. Volgens globale berekening zullen voor het 11c sem. deze bedragen zijn: ƒ2200 en ƒ 12742. Het verschil ten goede der opbrengst in 1902 en 1903 wordt op ƒ 4100 geraamd.

De heer Muller, verklarende met deze inlichting dankbaar te zijn, doch niet voldaan, gaf nogmaals in den breede uitleg aan de grieven en stelde, tot slot, eene motie voor, luidende: »de algemeene vergadering van 12 Augustus 1903, betreurende, dat de besluiten, genomen op de vorige algem. vergaderingen ertoe geleid hebben, dat het bedrijf bestelhuis thans een tekort oplevert, in plaats van winst, wat niemand verwacht had, spreekt den wensch uit, dat Bestuur cn Commissarissen maatregelen nemen om het tekort te dekken,

hetzij uit de kas der Vereeniging, hetzij door bezuiniging, maar in geen geval door tariefverhooging.»

Hetgeen gezegd was over den huuraanslag van het Bestelhuis deed den heer J. L. W. Seyffardt, commissaris, opmerken, dat ontheffing hiervan zou beteekenen een cadeau geven aan de committenten,

niet-leden. De rekening over 1903 zal vermoedelijk geen winst aanwijzen, maar precies sluiten. Een eventueele verhooging van exploitatie-kosten moet gedekt worden door de niet-leden te belasten.

Echter, de heer Muller hield vol: de tariefverhooging drukte op de leden.

En de heer A. S y b r a n t voegde hier aan toe, dat

ze ingesteld was door Commissarissen in overleg met het Bestuur, zonder de voorkennis of goedkeuring der algem. vergadering. De winst van ƒ 8000 uit het bedrijf is, in een halfjaar tijds, geworden een nadeelig saldo van ruim ƒ 800.

Waarop de Voorzitter ten antwoord gaf, dat ƒ 6000 van die winst was overgebracht op een ander hoofd; het gold dus hier slechts een vorm van boeking, evenals met de ƒ 2000 huur om de reden door den heer Seyffardt aangevoerd.

De oppositie vond steun bij den heer j. J. van D rut en, die, constateerde, dat er omtrent de

kwestie intrinsiek een verschil van opvatting bestaat. De rechten der committenten zijn beperkt geworden, dit is een feit, en het plan tot die beperking heeft de algem. vergadering niet vooraf goedgekeurd.

De motie Müller werd nu in stemming gebracht en aangenomen met 66 tegen 32 stemmen.

Inmiddels was onder de vergaderden een zeer

practisch ingericht stern-boekje voor de periodieke benoemingen rondgedeeld, en had het Bureau den Voorzitter reeds in het bezit gesteld van de uit¬

komst der eerste gesloten stemming, die voor drie leden in het bestuur. Terstond gekozen waren, met 49 stemmen de heer C. A. Adriaansen en met 62 stemmen de heer J. H. van Heteren. Van

de heeren J. J. van Druten ent. bcliillemans die resp. 30 en 39 op zich vereen igd hadden, is, bij herstemming, gekozen de eerstgenoemde met 58 stemmen.

Voor de overige benoemingen verwijzen wij belangstellenden naar het officieel gedeelte in dit nummer.

Na een uur rustpoos ging de vergadering over tot het behandelen der voorstellen.

Het eerste op de agenda werd met algemeene stemmen aangenomen.

Het tweede leverde stof tot vele en velerlei opmerkingen.

De heer P. Kluitman gaf in overweging het voorstel af te stemmen, op grond van de verwarring die, naar hij meent, de wijziging van art. 12 § 4 van het reglement zal stichten. Een uitgever, die ontvangen heeft de ie aflev. van een werk, op de vertaling waarvan hij ernstig wil ingaan, houdt zijn plan nog in beraad tot de verschijning van een of meer volgende aflev. Het kan nu gebeuren, dat denzelfden dag, waarop hij tot de vertaling besloten heeft en de ie aflev. inzendt ter aanteekening, een ander, zonder vooraf beraamd plan, het dan kompleet verschenen boek of boekdeel laat registreeren. De eerstgenoemde uitgever zou dan bij den tweeden achterstaan.

Met deze conclusie gaat de heer S y b r a n t, lid der commissie voor het vertalingsrecht, accoord. Daarom, zegt hij, is het nooit de bedoeling der commissie geweest, te onderscheiden wat bij haar geregistreerd wordt, doch steeds alleen wanneer. Aan de inzenders van eene ie aflev. en van het komplete werk komen dus gelijke rechten toe, mits op eenzelfden dag.

Deze opvatting werd door den Voorzitter

bestreden. Volgens de meening van het Bestuur verdient de inzending van het komplete werk en den laatsten druk prioriteit. De voorgestelde wijziging van art. 12 houdt verband met het in voorstel X omschreven feit.

De heer W. de Haan verzocht nu voorstel II na X te behandelen; doch hiertegen maakte de vergadering bezwaar, zoodat de discussie werd voortgezet.

De Voorzitter liet hierop nogmaals uitschijnen dat in de bedoeling van het bestuursvoorstel la» mogelijke mededinging uit speculatie te vermijden. Een uitgever, die, afgaande op den inhoud

eener ie anev., een wers wu aamecKcucu, ucpuneert die aflev. terstond, waagt er ƒ 3 aan om zich van het vertalingsrecht te verzekeren; en evenzeer zal een uitgever, die een kompleet werk verlangt te registreeren, zorgen, hiervoor den laatsten druk bij de hand te hebben.

Van een ander oordeel was de heer A. J. van Hu ff el. Immers zijn de bepalingen omtrent het aanteekenen ter vertaling niet gemaakt ter bescherming van iemands recht op een boek in zekeren vorm of van een zekeren druk, maar tot bescherming van het denkbeeld, dit of dat werk te doen vertalen. Het inzenden van een exemplaar van eenig werk is dus slechts eene formaliteit.

Het voorstel II hierna in stemming gebracht, werd met 63 tegen 25 stemmen verworpen.

Voorstel III werd, met het amendement der heeren Belinfante c. s., zonder discussie aangenomen.

Op voorstel IV gaf de heer Allert de Lange, penningmeester, nog eenige toelichting. Het is

meer overeenkomstig de eischen, dat de Vereeniging, die vele en verscheidene administraties onder haar beheer heeft, op het einde van het vereenigingsjaar een duidelijk overzicht van haar bezit geeft. Zooals voor 't eerst in dit jaar geschied is zal in het vervolg aan cle rekening en verantwoording van elk der vereenigingsorganen worden toegevoegd een winst- en verliesrekening en een balans, en hiermee in verband is het noodzakelijk, dat al de rekeningen worden afgesloten op 31 December.

De heer A. de Jager stelde in het licht, waarom het correspondentschap Groningen heeft voorgesteld de punten IV en V te behandelen na