is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

steller bij de toelichting en verdediging van zijn voorstel ontwikkeld, kon den invloed daarvan niet voorkomen.

Nu de dienst van het loopende jaar een vrij aanzienlijk saldo zal opleveren en de vragen, in 1885 in het breede behandeld, toch weder in discussie moeten en zullen komen, was er eene afdoende reden te meer om de aangelegenheid door indiening van een wetsontwerp aan de orde te stellen en het punt van geschil zoo mogelijk tot oplossing te brengen.

Ten einde de zaak, die te regelen valt, tot haren eenvondigsten vorm terug te brengen, heeft de ondergeteekende gemeend zich niet te moeten begeven in beschouwingen over hetgeen door het begrip, dat de Indische geldmiddelen zijn geldmiddelen van den Nederlandschen Staat, gevorderd wordt, en dergelijke verschilpunten, maar integendeel te moeten doen uitkomen, dat, hoe men ook in theorie denke over punten vroeger bij de behandeling van een onderwerp als dit ter sprake gebracht, de regeling als de voorgestelde, door consequentie en billijkheid gevorderd wordt. De uiteenzetting der motieven moge tot de overtuiging leiden, dat dit wetsontwerp, wordt het bekrachtigd, geen verandering brengt in eenig beginsel, het begrootingsrecht, zooals het thans bestaat, onaangetast laat en daaraan ook voor de toekomst geen schade toebrengt, en dat er allerminst reden is om in eene regeling, als de voorgestelde, te zien een stap naar toekenning van autonomie van Nederlandsch Indie.

Tot verdere toelichting der artikelen moge het volgende dienen:

Artikel 1. Dit artikel stelt het beginsel der vergoeding vast, maar geeft daaraan tevens de practische toepassing door het bedrag te bepalen.

Het behoeft geen betoog dat het juiste bedrag der vergoeding niet met zekerheid is te. bepalen. Maar daar deze waarheid zeker niet er toe kan leiden om in het geheel geen