is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zilvergeld in steeds aangroeiende massa's op te stapelen, zal niemand, hoe rijk hij ook zij, op het denkbeeld komen een metaal voorraad van een honderd, een vijftig, of een tien duizend gulden onder zich te houden. Wat men niet dadelijk of binnen korten tijd noodig heeft zal men rentegevend trachten uit te zetten door effecten of andere waarden te koopen, of bet aan anderen tegen interest uit te leenen, ten einde zoodoende zijn inkomen te vermeerderen, en dit moet ook het streven zijn van elk volk, want de onvruchtbare opeenhooping van edel metaal kan niemand eenig nut of voordeel aanbrengen. „La France", zoo schreef nog dezer dagen LeroyBeaulieu in 1'Economiste francais van 15 October 11, „la France n'a nullement besoin d'avoir, par tête d'habitant, deux fois et demie plus dor que les EtatsUnis. C'est pour elle une perte. Dans le train habituel de la vie, un miliiard de plus d'instruments de travail ou de capitaux actifs, ou simplement un miliiard de plus de bonnes valeurs mobilières sur 1'étranger, serait tres préférable a, un miliiard surabondant de monnaie. Dans les circonstances extraordinaires, un millard de francs de valeurs mobilières sur 1'Angleterre et sur les Etats Unis rendrait autant de services qu'un miliiard de francs d'or, et produirait un revenu, tandis que le miliiard d'or n'en produit pas."

Het geld, in welken vorm het ook moge voorkomen, doet alleen dienst als hulpmiddel, waardoor men op gemakkelijker wijze dan door rechtstreekschen ruil het bezit erlangen kan van die zaken, waaraan men, om welke reden dan ook, werkelijke of vermeende behoefte heeft. Builing van diensten en voortbrengselen is de grondslag van het maatschappelijk verkeer, en ten gerieve van dat verkeer splitst het geld die ruiling in twee onderscheidene verrichtingen, in verkoopen, of ruilen van goederen tegen geld, en in koopen, of ruilen van geld tegen goederen. Waar het ten slotte alleen op aankomt is, dat bij elke ruiling de waarde van het voortbrengsel, waarvan men zich wil ontdoen, opwege tegen de waarde