is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (1e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

wegen zou mogen aanleggen, noch dat, met zijn voorkennis en medewerking, particulieren dit niet zouden rnogen doen in zijn landschap. Op die wegen slaat de bepaling van 1835, toen in de verste verte in Indie nog niet gedacht werd aan spoorwegen, en is dus ook niet op spoorwegen toepasselijk.

Wij vatten ook niet dat aan de bepaling van de tweede alinea van art. 27 regeerings-reglement gederogeerd moest worden om den Pangeran van Langkat de bevoegdheid om spoorwegconcessien te verleenen. Wij zijn het niet eens met de redactie der „ Deli-Courant," dat die bevoegdheid moet afgeleid worden uit het gemis eener bepaling omtrent spoorweg-concessien in het Siak-tractaat. Het kan die courant niet ernst zijn met de stelling dat hij die een recht heeft in het kleine, hetzelfde recht in het groote bezit. Wij, voor ons, meenen dat het juist andersom is. „Qui peut le plus peut le moins," en niet omgekeerd. Reeds de art. 11 en 12 van het Siak-tractaat verplichten den Pangeran ten aanzien van landbouw- en mijn concessien te handelen naar de voorschriften der Regeering. A fortiori had hij geen recht een spoorweg-concessie op eigen gezag te verleenen. Cocessiegever en concessionaris hadden daar zelf besef van, omdat zij in de concessie het voorbehoud maakten, dat de concessionaris zich overigens te houden zou hebben aan de door het Gouvernement vast te stellen concessie-voorwaarden. Mocht daaromtrent eenigen twijfel bestaan hebben, art. 39 van het Siaktractaat moest dien twijfel geheel opheffen. Wel verre dat de bepaling van dit artikel den Pangeran vrijheid geeft spoorwegconcessien te verleenen, op grond dat de bevoegdheid daartoe niet in het tractaat is omschreven, wijst die bepaling duidelijk den weg aan die hij had moeten inslaan, toen de heer van Schmid het aanzoek deed om die concessie te verkrijgen. Hij had zich tot de Regeering (de andere hooge contrateerende partij) moeten wenden om de zaak in der minne te regelen, dat is om te vernemen hoe die partij er over dacht alvorens hij een concessie verleende.