is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (1e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

306

genoemden de ziekte in alle maanden van 1887 minder erg, en meestal zelfs veel minder erg, geweest is dan in het jaar 1886.

In de laatste maanden van 1887 heeft zich eenige toeneming van het ziekte-cijfer vertoond. Het getal der aangetasten was namelijk:

in Augustus 1887, bij eene sterkte van 4491 man : 245, tegen

1886, „ „ „ „ 3621 „ :419; in September 1887, bij eene sterkte van 4304 man : 290, tegen

1886, „ „ „ „ S649 „ :421; in October 1887, bij eene sterkte van 4422 man : 286, tegen

1886, „ „ „ „ 3485 „ :430; in November 1887, bij eene sterkte van 4335 man : 266, tegen

1886, „ „ „ „ 3766 „ :368; in December 1887, bij eene sterkte van 4521 man : 409, tegen

1886, „ „ „ „ 3881 „ : 417.

Doch in verreweg de ongunstigste maand van 1887, December, was het ziekte-cijfer, in verhouding tot de sterkte,

nog gunstiger dan in het vorige jaar. Immers, als de ziekte in het tweede jaar evenveel militairen had aangetast als in het eerste, zou in December 1887 het aantal niet 409, maar ruim 480 hebben moeten bedragen.

In het jaar 1886 werden aan beri-beri lijdende verklaard 5472 militairen, op eene gemiddelde sterkte van 3579 man, en in het jaar 1887: 3131 militairen, op eene gemiddelde sterkte van 4150 man. Derhalve is, in verhouding tot de sterkte, het aantal militairen, die in Atjeh lijdende aan beriberi verklaard zijn, in 1887 nog niet ten volle half zoo groot geweest als in 1886. "Wat de sterfte betreft, deze is nog meer afgenomen. In 1886 stierven in Atjeh 303 militairen, en in 1887: 85, en bij de beoordeeling van welke laatste cijfers in aanmerking moet worden genomen, dat daaronder niet begrepen zijn degenen, die overleden, terstond na de evacuatie, hetzij nog aan boord, hetzij eenige dagen na de