is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24

naar den kraton te moeten gaan; hierdoor worden alle andere Europeanen tevens verhinderd van de partij te zijn. De keizer had eerst eergisteren laat hem doen weten dat de besnijdenis plaats zou hebben, en doen uitnoodigen dezelve bij te wonen. De resident daarop de boodschappers naar de reden vragende, waarom deze mededeeling niet vroeger geschied was, antwoordden zij dat men het vergeten had. Dit antwoord stelde den resident geenzins tevreden, en hij gelastte hun aan den keizer te zeggen, dat thans noch hij noch iemand der Europesche heeren in den kraton zouden komen.

Woensdag, 20 Juli.

Heden bij den resident het middagmaal gebruikt, in gezelschap van den lieut.-kolonel Cochius, den kaptein Keer en den lieutenant Pot, allen van de genie, op gisteren avond van Salatiga hier aangekomen, om de forten en publieke werken in de residentien Soerakarta en Djokjokarta te inspecteren.

Donderdag, 21 Juli.

Heden morgen tusschen 5 en 6 uur, in gezelschap van den heer J. van Tol, met mijnen reiswagen vertrokken naar Djokjokarta, afstand 41 paal. Men gaat langs den grooten weg naar Salatiga terug, tot aan Karta Soera; daar slaat men den weg naar het zuiden in, latende de bergen Marbaboe en Marapie, die men naar Salatiga gaande lings van zich heeft, ter regterhand liggen. Ten westen van ons, van den Marapie, gingen verscheiden kolommen dikken rook op, welke eenigen tijd lang onbeweeglijk schenen te staan, waardoor zij veel overkomst verkregen met de ruinen van een oud kasteel op den top des bergs. Wat verder om de zuid gekomen, hadden dezelve zich verspreid, en vormden zij te zamen een enkele kolom van witten rook, den geheelen omvang van den krater beslaande.

Op 19 paal afstands van Djokjokarta, niet ver van den grooten weg, ligt het fort Klatten. Toen wij dit naderden, waren wij