is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

naar Araboina, en ik moet mijn best doen dezen brief klaar te hebben voor den post aldaar over een tiental dagen. Ik heb nooit vóór onze afreis geweten welke levensgevaren wij geloopen hebben. Inderdaad wist ik het niet, want H. verborg mij zorgvuldig de reden van zijn nachtelijk waken gedurende de laatste zes weken. Hij beweerde dat hij in een stoel sliep om bij de hand te zijn om mij te helpen aangezien ik zoo zwak was; doch het volk van Kaleodar had eene bedreiging gezonden dat zij klaar stonden om ons dorp aan te vallen, en het was om hen af te wachten dat hij waakte. Een kleine boot was gehuurd en gemeerd aan het end van ons huis, en Lopez had bevel om mij de straat over te roeien, indien de aanval plaats had gevonden vóór de aankomst van den stoomer. Voorzeker, ik zou geweigerd hebben te gaan, de beduchtheid voor de achtergeblevenen zou onuitstaanbaar zijn geweest; doch bespeurende hoe moeielijk wij ontsnapten, kon ik den eersten nacht op den stoomer niet slapen. Al ons wedervaren vervulde mijn geest, en eene ziekelijke vrees, die mij gelukkig niet bekroop toen wij werkelijk in het gevaar verkeerden, deed mij pijnlijk aan.

Doch laat mij het verhaal van ons leven aldaar voortzetten.

Wij waren in onze eigen woning geïnstalleerd, alvorens de koorts ons beving. Ik was de laatste, die er door aangetast werd, ofschoon ik reeds eenigen tijd leed aan hoofdpijn en erge afmatting; doch ik had de hevigste aanvallen van allen toen de koorts eindelijk doorbrak. Ik mag mijn dagboek niet terugzien: het hartbrekend aan teekenen van gestadige aanvallen bedroefd mij. Gedurende drie weken had ik eiken dag een aanval met delirium, en ik verzwakte aanzienlijk. Een maand later schreef ik: „Nu eerst begin ik eenig genoegen te krijgen met aan het venster te kijken. Het is zoo moeielijk zijn krachten te herwinnen. Voedsel, dat men met hartigen eetlust gebruikt wanneer men gezond is, smaakt niet bij ziekten, en een verleidelijk brokje zooals men zou wenschen is niet te bekomen. Intusschen had H. verschillende hevige aanvallen.