is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

233

Alleen mag teruggave of ontheffing van recht worden verleend voor suiker, benoodigd voor het maken van chocolade en andere artikelen, die voor uitvoer zijn bestemd, mits er geen premie in zij gelegen.

Art. 3 verplicht de regeeringen, de raffinaderijen te onderwerpen aan hetzelfde stelsel als de suikerfabrieken. Bovendien zal het land, als middel van controle, een raffinagerekening kunnen houden door toepassing der suikermeting of van een ander middel om te waken tegen invoerpremiën.

Bij art. 4 verbindt Engeland zich, geen differentieele rechten te heffen van riet- of bietsuiker, afkomstig van landen die tot de overeenkomst zijn toegetreden of van hunne bezittingen en koloniën. Tijdens den duur der overeenkomst zal derhalve van bietsuiker geen hooger recht worden geheven dan van rietsuiker, noch in het Britsch koninkrijk noch in zijne bezittingen en koloniën, die tot de conventie zijn toegetreden. Suikers, afkomstig uit tractaatlanden of hunne koloniën enz., zullen in het Britsche rijk aan geene hoogere rechten worden onderworpen dan gelijksoortige inlandsche fabrikaten.

"Volgens art. 5 zijn de toegetreden landen, die zeiven geen suikerbelasting heffen noch premie van uitvoer van welken aard toestaan, ontheven van de bepalingen der artt. 2 en 3, —■ wel te verstaan zoolang die toestand duurt. Hetzelfde geldt van Rusland, dat een vast recht heft van de geheele fabricage en bij uitvoer enkel dat recht teruggeeft.

Art. 6 stelt eene blijvende internationale commissie in, die zal waken voor de uitvoering van het tractaat, en bestaan zal uit afgevaardigden van de verschillende landen en met een vast bestuur.

De taak der afgevaardigden is :

a. de wetten, besluiten enz. op de suiker te toetsen aan het tractaat, en na te gaan of feitelijk al dan niet, openlijk of bedekt, premiën worden toegestaan;

b. te adviseeren over strijdvragen;