is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

289

op de gewestelijke besturen zou rusten; noch dat de krachten, die men daarbij inroept, grootendeels onbekende factoren zijn. Velen zullen van de samenwerking van een hoofd van gewestelijk bestuur met de hem ondergeschikte hoofden van plaatselijk bestuur en a fortiori met de onder zijn toezicht geplaatste inlandsche hoofden niet het geringste nut verwachten en in het overwicht des eenen, de slaafsche gehoorzaamheid der laatsten een onoverkomelijken hinderpaal zien. Anderen zullen beweren, dat er onder de Europeesche, veelmin onder de inlandsche bevolking, geen stof te vinden is, waaruit men bekwame en zelfstandige leden van een bestuursraad kiest. Tegenover het eerste bezwaar kan men wijzen op de reeds thans bestaande samenwerking bij de rechtspraak over Inlanders en het getuigenis en de ervaring van vele oud-Indische ambtenaren dat die samenwerking volstrekt niet altijd en overal in eene slaafsche onderwerping aan het gevoelen van den voorzitter bestaat. Voorts lokt de aard van administratieve functien, veel meer dan de beslissing van rechtsvragen, tot een eigen oordeel en ware medewerking uit. Eindelijk zal de ondervinding hier als elders leeren, dat men al doende leert en zich door oefening de regeerkunst eigen maakt.

Het tweede bezwaar heeft ongelijke waarde, omdat de ingezetenen, die voor dergelijke keuze in aanmerking komen, zeer onevenredig over de onderscheidene gewesten verdeeld zijn. Overigens treft het inzonderheid de inlandsche bevolking, doch Spr. herinnert aan de leden van den Inlandschen adel, inzonderheid de bloed- en aanverwanten van de regeerende hoofden, en het vrij talrijk persooneel der hoogere geestelijkheid; aan de eerstgenoemden eenig vooruitzicht te openen strookt zelfs met eene wijze staatkunde. Het zou niettemin roekeloos zijn alle waarde aan de genoemde bezwaren te ontzeggen. Men zij daarom voorzichtig en schenke aanvankelijk aan de gewestelijke raden slechts eene adviseerende stem. De verplichte kennisgeving van een bestaand verschil van ge-

TT is