is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 5]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

310

Voor nieuwe werken en benoodigdheden voor de kustverlichting is ƒ 170.300 minder uitgetrokken; daarentegen meer voor steenkolen / 109.000 ; voor nieuwe werken bij het marineetablissement te Soerabaja / 73.000, en voor aanbouw, uitrusting en uitzending van schepen ƒ 52.000.

Laatstgenoemde post is ditmaal gesteld op / 930.000, welke som grootendeels bestemd is tot voorzetting van den bouw der schepen, waarvoor bij de begrooting van 1888 gelden zijn toegestaan, en tot aanschaffing van hetgeen voor de uitrusting dier bodems wordt vereischt.

Eene som van f 156.500 is bestemd om, naar gelang van den uitslag eener nog aanhangige gedachtenwisseling met de Indische Eegeering, te worden aangewend, hetzij om in 1889 nog een zeestoomer voor de gouvernements-marine op stapel te zetten, hetzij om, door middel van gedeeltelijke overschrijving op het Ilde hoofdstuk der begrooting, de kosten te bestrijden van den bouw bij het marine-etablissement te Soerabaja van een rivierstoomer voor de gouvernementsmarine, waarvoor dan de werktuigen en de ketel van hier zouden uitgezonden moeten worden.

Middelen van Nederland.

Verkoop van koffie. De hier te lande te veilen hoeveelheid is op grond van eene raming van medio Augustus jl., waarbij de koffieoogst van 1888 op niet meer dan 545.000 pikols wordt geschat, op 450.000 pikols gesteld.

De opbrengst, die ten vorige jare op 47 cent werd geraamd, wordt, met het oog op de tegenwoordige lagere marktwaarde, voor 1889 op 38 berekend.

Middelen in Indie.

Opiumpacht. Tot grondslag van de raming zijn genomen de voor 1888 geboden pachtsommen, die in de meeste gewesten ook voor 1889 geldig zijn.

De ontvangsten van verstrekking van opium worden niet hooger gesteld dan ƒ 3.475.000.