is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

324

die voor het leger, de marine, bestaande uit ± 5 schepen onder een schout-bij-nacht, en de maritime inrichting niet begrepen. Alleen die voor het leger worden door Le Roy Beaulieu gesteld op 50 millioenen franken. Ook Le Myre de Vilers noemt dat cijfer en Yves GuyotJ) stemt daarmede in wanneer hij op bladz. 97 van zijne „ Lettres sur la politique coloniale," Paris 1885, zegt:

. „Mais actuellement, les Algériens disent que 1'Algérie „se suffit a peu pres a elle-même. Ne chicanons pas „sur les détails. Tous reconnaissent que les frais de la „force armee doivent rester a la charge de la mère-patrie. „Or, nous entretenons en Algérie 50.000 hommes, soit 50 „ millions par an \"

Neemt men alleen 't laatste cijfer, en laat men de kosten der marine en der maritieme inrichtingen buiten rekening, dan krijgt men voor het jaarlijksche te kort ongeveer 60 millioen franken of / 28.500.000, juist zooals in Maart 1885 door mij, en in Juli van dat jaar door Le Myre de Vilers werd geraamd. Stelt men echter dat de uitgaven, behalve die voor het leger en de marine, in 1887 zijn gelijk geweest aan die welke volgens den Almanak de Gotha werden begroot voor 1886, en voegt men daar bij 50.000.000 franken voor het leger, dan krijgt men voor de totale som der uituitgaven in 1887 minstens 102.738.472 franken of, wanneer het deficit weder 631/,, % der totale uitgaven heeft bedragen, een te kort van 65.238.820 franken, gelijk aan bijna f 31.000.000. Alweder een bewijs dat ik in 1885 niet overdreef.

Het totaal der uitgaven sedert 1830 werd in 1887 door het bulletin der statistiek opgegeven te bedragen vier milliarden 868 milioenen franken. Yoegt men daarbij de renten van hetgeen sedert den dag der verovering jaarlijks aan het wingewest is ten koste gelegd; de kapitalen gestoken in spoorwegen, mijnwerken en landbouwondernemingen enz., dan zal

1) Yves Guyot, lid van de kamer van afgevaardigden; in 1887 rapporteur der Fransche begrootingscommissie.