is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

348

derhalve of de Minister het gevoelen deelt, dat ter verbetering van de opleiding der ambtenaren maatregelen genomen behooren te worden.

Verschillende leden meenden dat, afgescheiden hiervan, ook in Indie wel het een en ander gedaan kon worden om van de diensten der ambtenaren meer partij te trekken. Zij worden thans te veel gebruikt om bureauwerk te verrichten en het opzicht te houden over de koffie-cultuur. Het is wenschelijk dat zij meer met de bevolking in aanraking komen, en in het bijzonder werd gevraagd waarom bijv. de controleurs niet belast worden met de behandeling van politiezaken. Thans is het opgedragen aan de assistent-residenten. Het gevolg is dat inlanders, die eene geringe overtreding hebben begaan, soms uren ver moeten loopen ten einde voor den assistent-resident te verschijnen en de opgeroepen getuigen tevens denzelfden weg afleggen. Men heeft hier te doen met eene werkzaamheid, die zonder bezwaar en zelfs met groot voordeel voor het algemeen belang, aan de controleurs ware op te dragen.

§ 9. De intrekking van het besluit betreffende de uitzetting van de heeren Sol en de Sturler werd door de meeste leden goedgekeurd, al betreurden het enkelen, dat deze maatregel niet tot het optreden van den nieuwen Landvoogd was uitgesteld. Vrij algemeen sprak men echter zijne bevreemding uit over de benoeming van den heer Sol tot lid van de Indische Rekenkamer. Had de Minister tot die benoeming medegewerkt omdat hij den heer Sol boven anderen geschikt rekende om haar te bekleeden, of had de Minister hem door deze benoeming eene vergoeding willen geven voor de naar zijne meening onbillijke bejegening, die den heer Sol is aangedaan? In het eerste geval rees de vraag, of de Raad van Indie bij de, ingevolge art. 51 der Indische comptabiliteitswet, ingediende aanbeveling, op den heer Sol wellicht de aandacht had gevestigd; kon de Minister die vraag niet in bevestigenden zin beantwoorden, dan vernam men gaarne, om welke